Op grond van artikel 2:44 van het Burgerlijk Wetboek is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Dit houdt volgens de rechtspraak het volgende in: “Besturen omvat het leiden van de dagelijkse gang van zaken binnen de vereniging, het ervoor zorg dragen dat het statutaire doel van de vereniging wordt gerealiseerd en andere handelingen die zich met dat doel verhouden.”

In de praktijk komt het erop neer dat het bestuur alles doet wat nodig is om de vereniging te laten functioneren. Hieronder valt onder meer zorg dragen voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer en het financiële beheer van de vereniging.

De taken van het bestuur zijn wettelijk beperkt: een bestuur mag zich alleen bezig houden met alles wat nodig is om de vereniging te laten functioneren. Dat betekent dat het bestuur geen handelingen mag verrichten die de vereniging (kunnen) schaden of die niets met het functioneren van de vereniging te maken hebben. Het bestuur van een sportvereniging mag bijvoorbeeld niet gaan beleggen met de contributie van haar leden.

Alles wat het bestuur doet, dient in het belang van de vereniging te zijn. De statuten kunnen de invulling van deze doelstelling nader bepalen, maar voor een groot deel ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij het bestuur zelf. Het bestuur zal bijvoorbeeld een toekomstvisie moeten ontwikkelen voor de sportvereniging.

Inperkingen van de bestuurstaken

De taken van het bestuur kunnen worden ingeperkt in de statuten van de vereniging

Goedkeuring vooraf

Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan het vooraf ter goedkeuring voorleggen van ingrijpende bestuursbesluiten aan de raad van toezicht. Ook kunnen bepaalde bestuurstaken worden toebedeeld aan een ander orgaan van de vereniging, zoals de algemene ledenvergadering.

Financiële grens

Een ander voorbeeld van inperking is het opleggen van een financiële maximumgrens voor het aangaan van overeenkomsten. Bijvoorbeeld dat iedere overeenkomst met een geldwaarde hoger dan € 10.000,- aan de raad van toezicht of de algemene ledenvergadering moet worden voorgelegd voor akkoord.

Wettelijke beperking bevoegdheden en toestemming in de statuten

De statuten kunnen worden gewijzigd tijdens (en dus door) de algemene ledenvergadering. In zekere zin heeft de algemene ledenvergadering daarmee de mogelijkheid het bestuur een bepaalde kant op te sturen, dan wel haar bewegingsvrijheid in te perken. Het helemaal ontnemen van bevoegdheden aan het bestuur mag echter niet.

Een uitzondering hierop is dat de bevoegdheid van het bestuur wettelijk (in artikel 2:44 lid 2 BW) beperkt wordt bij namens de vereniging aangaan van de volgende overeenkomsten:

  • overeenkomst tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen (zoals onroerend goed);
  • overeenkomst waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt;
  • overeenkomst waarbij de vereniging zekerheid stelt voor de schuld van een derde.

Het sluiten van bovenstaande overeenkomsten mag het bestuur alleen doen als de statuten daar toestemming voor geven. Aan die toestemming kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.

Geen hiërarchie tussen bestuur en algemene ledenvergadering

Het bestuur is verder niet verplicht om zich aan het door de algemene ledenvergadering gewenste beleid te houden, als zij daar goede redenen voor heeft. Wat dat betreft bestaat er geen hiërarchische verhouding tussen het bestuur en de algemene ledenvergadering.

Als een bestuur zich niet aan haar bestuurstaak houdt of tegen het beleid van de algemene ledenvergadering in gaat, dan kan het bestuur (of één of meer bestuurders) worden ontslagen. Ontslag van het bestuur van een vereniging is een bevoegdheid die door de wet bij de algemene ledenvergadering is neergelegd.

Algemeen bestuur en dagelijks bestuur 

In grote verenigingen komt het vaak voor dat er naast het algemeen bestuur ook nog een dagelijks bestuur bestaat. De statuten moeten hier wel de mogelijkheid toe bieden.  

Het dagelijks bestuur is dan een afzonderlijk orgaan van de vereniging. De algemene ledenvergadering (of het algemeen bestuur, dat ligt eraan bij wie de statuten de bevoegdheid leggen) is vrij om de samenstelling van het dagelijks bestuur naar eigen wens in te richten. Het dagelijks bestuur dient, net als het algemeen bestuur, verantwoording af te leggen aan de algemene ledenvergadering. 

Jaarverslag en jaarrekening

In artikel 2:48 BW is vastgelegd dat het bestuur jaarverslag uitbrengt en verantwoording aflegt tijdens de algemene ledenvergadering. Als er wettelijk gezien een jaarrekening moet worden opgemaakt, dan moet het bestuur op grond van artikel 2:49 BW deze jaarrekening tijdig opmaken en ter inzage leggen aan de verenigingsleden.