Ten opzichte van verenigingen hebben stichtingen zowel voor- als nadelen.

Voordelen van een stichting

Flexibiliteit
Nagenoeg alle soorten activiteiten, vermogen, werkzaamheden en onroerend goed kunnen in een stichting worden ondergebracht en zo buiten de sportvereniging worden geplaatst.

Snelle besluitvorming
In een sportvereniging bestuurt het bestuur, maar worden belangrijke besluiten genomen door de algemene ledenvergadering. Het bestuur dient rekening en verantwoording af te leggen aan deze algemene ledenvergadering.

Omdat de stichting geen algemene ledenvergadering heeft, kan veel snellere besluitvorming plaatsvinden. Het stichtingsbestuur bestuurt de stichting en neemt alle besluiten.

Continuïteit
Je kan er als sportvereniging voor kiezen om bijvoorbeeld het sportveld in een stichting onder te brengen. Op die manier weet je zeker dat de leden van de vereniging kunnen blijven sporten, ook als de vereniging financieel in zwaar weer terecht komt. Immers, het sportveld is buiten het vermogen van de sportvereniging geplaatst en daarmee kunnen schuldeisers van de vereniging zich er niet meer op verhalen. Van belang is dan wel ervoor te zorgen dat de stichting zelf geen schulden heeft.

Nadelen van een stichting

Geen salaris voor het bestuur
Een stichting mag geen salaris toekennen aan de bestuurders, zij kunnen slechts een vergoeding voor hun kosten ontvangen. Als het besturen van de stichting een dagtaak wordt, kan dit een punt van aandacht worden.

Verbod op winstuitkering
De stichting mag geen winst uitkeren aan de oprichters. Als je dus als sportstichting een groot sportevenement organiseert en hier een som geld aan overhoudt, mag dat niet aan de sportvereniging worden uitgekeerd.

Statutenwijziging niet zo maar mogelijk
De statuten van een stichting kunnen niet zo maar gewijzigd worden. Dit kan alleen als de mogelijkheid daartoe bij de oprichting van de stichting uitdrukkelijk in de statuten is opgenomen.

De keuze voor een stichting

Doet jouw sportclub er goed aan een stichting op te richten? Dat ligt helemaal aan de omstandigheden. Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven. Wel zijn er situaties te noemen waarin je er mogelijk goed aan doet, het oprichten van een stichting te overwegen.

Wanneer richt je een stichting op?

Een stichting richt je altijd op met een bepaald doel. Dit doel komt vaak ook terug in de naam van de stichting. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Stichting Behoud en Exploitatie Sportfondsenbad Schiedam, de Stichting Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen en de Stichting Promotie en Ondersteuning Race Talent.

Alle drie bovengenoemde stichtingen hadden ook een vereniging kunnen zijn. Een vereniging kan immers een zwembad onderhouden en exploiteren. Een vereniging kan een afstandsmars organiseren en een vereniging kan promotie en ondersteuning geven aan racetalent. Waarom is er dan gekozen voor een stichting en niet voor een vereniging of een besloten vennootschap (BV)?

In alle drie de gevallen is het doel van de oprichters achter de stichting niet het generen van winst geweest. Om deze reden is niet gekozen voor een BV. In alle drie de gevallen is het wenselijk dat snelle besluitvorming kan plaatsvinden door een select groep (rechts)personen. Deze mogelijkheid biedt een stichting. Het bestuur van de stichting kan naar eigen inzicht besluiten nemen, zonder raadpleging van een achterban. Bij een vereniging hebben de leden een stem die zij kunnen laten gelden bij besluitvorming door het bestuur.

Een stichting heeft een eigen, afgescheiden vermogen. Zolang de stichting over voldoende financiële middelen beschikt, zal de stichting het bij oprichting vastgestelde doel kunnen nastreven. Daar hebben de oprichters en het bestuur in zoverre geen omkijken naar. Als de stichting failliet gaat omdat er te weinig geld is, zijn de oprichters en het bestuur in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk. Het geld dat in de stichting was gestopt is weg, maar daar blijft het bij. De achterliggende (rechts)personen ervaren verder geen eigen financiële consequenties en zijn in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk.

Ook is het zo dat een vereniging failliet kan gaan, maar de door de vereniging opgerichte stichting blijft voorbestaan. Bij een sportfondsenbad kan de zwemclub die ooit het bad heeft laten bouwen al lang failliet zijn gegaan, maar de stichting die eigenaar is geworden van het zwembad, nog steeds bestaan.

Is snelle besluitvorming wenselijk en sta je als vereniging niet te wachten op (financiële) aansprakelijkheid, dan kun je overwegen voor een bepaald doel een stichting op te richten. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden voor het organiseren van een sportevenement of om een accommodatie in onder te brengen.