Plaats: Lillehammer, Noorwegen
Datum: 12-27 februari 1994
Aantal deelnemende landen: 67
Aantal deelnemende atleten: 1.737, van wie 522 vrouwen
Officieel geopend door: koning Harald van Noorwegen
Olympische eed afgelegd door: deelnemers: Vegard Ulvang (langlaufen), officials: Kari Kåring (langlaufen)
Laatste fakkellopers: Stein Gruben (skispringen), Kathrine Nottingsnes en kroonprins Haakon Magnus van Noorwegen

Nederlandse deelnemers: 21, van wie 8 vrouwen
Nederlandse chef de mission: Ard Schenk
Nederlandse vlaggendrager opening: Christine Aaftink (schaatsen)
Nederlandse vlaggendrager sluiting: Rintje Ritsma (schaatsen)

Tot dusver werden Winter- en Zomerspelen steeds in hetzelfde jaar gehouden maar op de jaarvergadering van 1986 bracht het IOC daar met ingang van 1994 verandering in. De Winterspelen zouden een aparte cyclus krijgen, steeds in het tweede kalenderjaar na de Olympische Zomerspelen. De reden van dat besluit was dat de Amerikaanse televisiestations die het leeuwendeel van de uitzendrechten betaalden, niet meer bij machte waren om in één jaar de kosten van zowel Winter- als Zomerspelen te dragen.

Eerste Winterspelen in aparte cyclus
In het schaatstoernooi gingen de Nederlanders geheel gebukt onder de macht van de Noor Johann Olav Koss, die drie afstanden won en dat gepaard liet gaan met drie wereldrecords: 1.500 meter (1:51.29), 5 kilometer (6:34.96) en 10 kilometer (13:30:55). Op de 1.500 meter was er zilver voor Rintje Ritsma (1:52.99) en brons voor Falko Zandstra (1:52.38). Voor Ritsma was er ook brons op de 5 kilometer (6:43.94).

Op de 10 kilometer was Bart Veldkamp zo ontevreden over zijn prestatie (13:56:73) dat hij nog voor de prijsuitreiking het stadion in Hamar al verliet. Later bleek zijn tijd toch nog goed genoeg voor brons, zodat hij weer haastig naar de ijshal moest terugkeren. De vrouwen kwamen niet verder dan vijfde plaatsen voor Annamarie Tomas op de 1.500 meter en 3 kilometer.


Lieftallig sprookje
Evenals in Albertville won de Amerikaanse Bonnie Blair zowel de 500 als de 1.000 meter, wat haar totaal over drie Winterspelen op vijf gouden medailles bracht. Een verrassing was dat de veelvoudige wereldkampioene Gunda Niemann geen titel veroverde. Ze viel op de drie kilometer en werd op de 5 kilometer verslagen door haar landgenote Claudia Pechstein. Van de eens zo machtige ijshockeyploeg van de Sovjet-Unie was na de staatkundige verandering in dat land weinig meer over. De ploeg van Rusland viel niet eens meer in de prijzen. In de finale versloeg Zweden Canada (na een 2-2 eindstand) met penaltyschieten.

Bij het kunstrijden voor paarrijden ging het goud naar Ekatarina 'Katja' Gordeva en Sergei Grinkov. Het Russische paar had al in 1988 gezegevierd en was daarna overgegaan naar de rijen van de profs. Daarom mochten ze in 1992 niet meer aan de Winterspelen meedoen. Maar in 1994 waren ze weer wel welkom, omdat het IOC geen onderscheid meer maakte tussen amateurs en profs. Moeiteloos behaalde dit buitengewoon talentvolle paar opnieuw de titel. Ze vormden samen een lieftallig sprookje. Ze reden voor het eerst met elkaar toen Katja 11 was en Sergei 16. Toen ze respectievelijk 14 en 19 waren behaalden ze al de wereldtitel, die ze nog drie keer prolongeerden. Zij was de acrobate, hij de tovenaar. Het ijspaar werd na verloop van tijd ook een echtpaar.

Medailleoverzicht

1. Rusland 11 8 4
2. Noorwegen 10 11 5
3. Duitsland 9 7 8
4. Italië 7 5 8
5. Verenigde Staten 6 5 2

18. Nederland 0 1 3

Nederlandse erelijst

Goud (0)

Zilver (1)
Schaatsen: Rintje Ritsma, 1.500 meter

Brons (3) 
Schaatsen: Falko Zandstra, 1.500 meter
Schaatsen: Rintje Ritsma, 5.000 meter
Schaatsen: Bart Veldkamp, 10.000 meter

Gerelateerde verhalen:

Schaatsen: 
Jeroen Straathof: Zomer-, Winter- en Paralympische Spelen