1952, Olympische Spelen XIV te Helsinki
Sport: waterpolo
Team: Nederlands mannenteam, 
Prestatie: vijfde

Het Nederlandse team was in het olympisch waterpolotoernooi in 1952 goed bezig. Na de poulefase werd Joegoslavië in een spijkerhard duel met 3-2 verslagen, waarbij de tegenstander volgens het wedstrijdverslag ‘van de eerste tot de laatste minuut op de Nederlanders hadden gehangen.’ De winst op de sterke Joegoslaven was geen toevalstreffer, want het Nederlandse team behoorde op dat moment tot de top: in 1950 werd het Europees kampioen, in Londen 1948 werd brons behaald. Een olympische medaille was ook in 1952 een reële verwachting.

Nu waren in Helsinki nieuwe regels van toepassing. Na een beslissing van de scheidsrechter hoefden de spelers voortaan niet meer stokstijf te blijven liggen waar ze lagen, maar mochten ze gewoon doorgaan en een goede positie kiezen. Het spel werd er een stuk dynamischer door. Maar de interpretaties van de nieuwe regels verschilde nogal eens, vooral tussen landen uit Oost en West. De Joegoslaven waren dan ook niet blij dat de ervaren Belg Fons Delahaye hun wedstrijd tegen de Nederlanders leidde. Hij zou zijn Noorderburen wel eens kunnen bevoordelen. Delahaye floot inderdaad warrig, maar daar hadden beide landen last van.

Politieke keuzes
Na de nederlaag tekenden de Joegoslaven officieel protest aan en werd Nederland het slachtoffer van politieke keuzes. Het zinde een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, niet dat de nietige Lage Landen zo’n voorname positie in het internationale zwemmen innamen; de voorzitter van de internationale bond FINA was een Belg, de Nederlander Jan de Vries was bestuurslid. En scheidsrechter Delahaye – die er in 1928 al bij was – was verantwoordelijk voor het herschrijven van de spelregels.

Zo kon het gebeuren dat de Jury d’Appèl, met twee Amerikanen in de geledingen, besliste dat de wedstrijd moest worden overgespeeld. Nieuwe uitslag: 2-1 voor Joegoslavië. Chef de mission Karel Lotsy was woest en dreigde het team terug te trekken voor de halve finale tegen Hongarije. Uit piëteit met gastland Finland bleven de waterpoloërs. Na de tumultueuze 4-4 tegen de Hongarije werd Lotsy uitgescholden en bespuugd door de Hongaren. Nederland kon door deze uitlag naar huis, met een vijfde plaats als eindresultaat. Het goud ging naar de Magyaren, het zilver naar de Joegoslaven.

Tot het nationale waterpoloteam in 1952 behoorden onder meer Cor Braasem, Ruud van Feggelen en Joop Cabout, wiens kleindochter Mieke 56 jaar later tot het team behoorde dat goud veroverde op de Olympische Spelen in Beijing.

Bronnen:

  • 100 jaar Nederland op de Olympische Spelen (Arko Sports Media, 2012)
  • NOC*NSF