Sportdeelname Inclusie

Noë van Leeuwen: "Afkomst zou geen reden moeten zijn voor splitsing in een team"

3 april 2025
Afkomst zou geen reden moeten zijn voor splitsing in een team

Als tiener millimeterde Noë uit Rotterdam zijn haar om maar niet op te vallen. Nu, jaren later, draagt hij zijn afro met trots. Bij zijn vechtsportclub voelt hij zich eindelijk op zijn plek. "Iedereen hier is anders, dus dat is juist normaal," zegt hij. "Ik voel me er thuis, als in een soort familie."  

Noë uit Rotterdam is een kind van een Nederlandse moeder en een Namibische vader. “Ik zeg zelf altijd: ik ben Duo Penotti,” zegt hij lachend. Dat hij met zijn afro opvalt helpt hem soms bij acteerrollen. “Vind ik top.”  Afgestudeerd aan de Academie voor Circus en Theaterperformance, acteert hij, maakt hij rapmuziek en doet hij veel aan sport — heel veel. Vechtsport MMA, thaiboksen, trainen voor een marathon. “Op sommige avonden heb ik drie verschillende trainingen achter elkaar.” Hij voelt zich goed, sterk, en sport geeft hem het zelfvertrouwen dat hij als kind vaak miste. 

Olifantshuid  

“Op de lagere school ben ik gepest. Ik werd uitgescholden voor Zwarte Piet en voor poedel. Ik vond dat heel naar, maar kon er als kind niet echt een naam aan geven. Ik wist niet beter dan dat ik een afro had. Maar het was blijkbaar aanleiding voor vervelende opmerkingen. Een leerkracht is weleens boos op de klas geworden. Hij had het over discriminatie. Dat was iets slechts, dat begreep ik wel, maar wat het concept nou echt betekende...”  

De scheldwoorden, het gepest — het ging onder Noë’s huid zitten. “Ik was een boos kind. Echt boos. Ik liet me uit de tent lokken. Ik kon soms echt flippen. Dan sloeg ik een pester en zat ik weer met straf binnen. Daar kan ik wel inkomen, maar waarom ik fysiek werd, daar werd nooit naar gevraagd. Ik heb er een olifantshuid van gekregen. Laatst schold iemand me op straat uit voor kankeraap... Toen zei ik: ‘Jij ook goedenavond.’ Ik moest er gewoon een beetje om lachen. Hij zal wel geen leuk leven hebben, dat hij de drang had om dit te zeggen. Ik laat het niet meer binnenkomen.” 

Afsplitsing  

Als kind was dat nog anders, en dat boze, eenzame gevoel werd erger toen Noë naar de middelbare school ging. Ook op zijn basketbalclub voelde hij geen verbinding of vriendschap. De sfeer was niet best, vertelt hij. “Afkomst en cultuur leken de reden te zijn voor diverse groepjes. Ik weet nog dat ik dat oprecht niet begreep. Ik ben opgegroeid in zoveel culturen. Ik heb ook een Congolees halfzusje. Ik kwam veel bij Surinaamse families thuis. Waarom zou je afkomst de reden voor afsplitsing moeten zijn? Ik kon me daar niet in verplaatsen. Nog steeds niet. Mijn blik is door alles wat ik heb meegemaakt gelukkig niet veranderd. Maar daar zat ik in dat team, waar ik geen enkele aansluiting vond. Er was lelijk gedrag. Er werden bij het passen mensen overgeslagen. Na elke verloren wedstrijd gaf iedereen elkaar de schuld.”  

“Ik wilde toen al liever op thaiboksen. Dat leek mijn moeder niet zo’n goed idee, ze was bang dat ik daar letsel aan over zou houden.” Hij hield het twee jaar vol, tot die ene winteravond. “Na een training, nog geen 100 meter van de sporthal, werd ik opgewacht door een groep jongeren. Ik kreeg schoppen, ijsballen werden in mijn gezicht geduwd. Ik denk dat ik vanwege mijn opvallende haar een makkelijk doelwit was. Het ergste was dat ik wist dat mijn teamgenoten het zagen gebeuren. Ze stonden daar maar. Deden niets. Ik voelde me verraden. Toen ik gehavend thuiskwam, zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik stop ermee.’ Mijn teamgenoten heb ik daarna nooit meer gezien.” 

Noë uit Rotterdam in actie 760 x 456

Foto: Philip Meijer.

Thaiboksen 

Noë was klaar met teamsport en mocht eindelijk op thaiboksen. Het bleek een keerpunt. “Vechtsport heeft me geleerd om mijn frustratie en agressie op een gezonde manier te uiten. Ik sta sterker in mijn schoenen en ik weet waar ik fysiek toe in staat ben. Die fysieke kracht neemt verantwoordelijkheid met zich mee. Sport helpt me daarbij en leert me mijn emoties te reguleren. En het geeft me ook gewoon heel veel energie.”  

Zijn haar, dat hij als beginnend puber had gemillimeterd — ‘ik wilde niet meer opvallen’ — liet hij weer groeien. “Die periode van mijn korte haar was echt een dieptepunt. Het was het ultieme symbool van mezelf aanpassen aan een wereld die me niet accepteerde.”  

Waar het aan lag dat hij zich bij zijn nieuwe sport meer op z’n gemak voelde? “Mensen kijken hier meer open-minded naar de wereld. Ik train met mensen van Turkse, Antilliaanse, Marokkaanse, Kaapverdiaanse afkomst. Iedereen is hier anders, dus is het normaal. Er wordt weleens gevraagd waar iemand vandaan komt. Maar dan is het: ‘O, leuk’, en weer door. Het is oprechte nieuwsgierigheid.” 

Verantwoordelijkheid  

Zijn positieve ervaring bij de vechtsportclub liet Noë zien dat het ook anders kan. Maar een quick fix voor de problemen bij zijn basketbalclub, die was er niet, vertelt hij. “Groepjesvorming op basis van afkomst en het tegenover elkaar komen te staan, komt volgens mij voort uit diepgewortelde maatschappelijke patronen, gevormd door opvoeding, normen en waarden. Dat is zeker niet alleen de verantwoordelijkheid van de trainer of de club. Een club kan wel helpen een betere sfeer te creëren, maar mensen moeten ook kritisch naar zichzelf durven kijken,” zegt Noë. "Niemand is perfect. Iedereen doet weleens onbewust iets dat de sfeer negatief beïnvloedt." Om mensen hier bewuster van te maken, werkt Noë als acteur bij de stichting Live Your Story, een organisatie die met theater en storytelling moeilijke onderwerpen bespreekbaar maakt.  

“Ik ben ervan overtuigd dat niemand als racist wordt geboren. Maar als je opgroeit in een omgeving waarin iedereen op elkaar lijkt, dan kan een andere cultuur als een bedreiging voelen. Door in aanraking te komen met verschillende mensen en culturen leer je te waarderen wat je aanspreekt in de ander en dingen die je niet bevallen naast je neer te leggen. De sfeer op mijn gym is heel goed. Als een soort clubhuis, een familie.”

Door in aanraking te komen met verschillende mensen en culturen leer je te waarderen wat je aanspreekt in de ander en dingen die je niet bevallen naast je neer te leggen.
Noë van Leeuwen

Geduldiger

Toch ziet Noë ook in de vechtsportwereld nog uitdagingen. “Het verbaast me hoeveel er met ‘flikker’ of ‘mietje’ wordt gescholden. Dat is ook discriminatie. Mensen zeggen: ‘Ik bedoel er niks mee.’ Maar als je het niet zo bedoelt, waarom zeg je het dan? Dus op dat vlak valt nog veel te bereiken.”  

De ervaringen in zowel het basketbalteam als bij zijn huidige gym hebben hem steeds duidelijker gemaakt waar hij voor staat, zegt Noë. “Ik heb geleerd bewust te kiezen waar ik mijn energie in steek. Is het belangrijker wat de wereld van me vindt, of wat ik van mezelf vind? Voor mij is dat laatste de weg naar geluk. Ik ben geduldiger geworden. Alles wat ik heb meegemaakt — ook als kind — heeft me gevormd tot wie ik nu ben. En ik ben blij met wie ik ben.”

Een sport van iedereen 

We werken aan een sport waarin iedereen zich fijn en veilig voelt en met plezier kan sporten. Wil jij weten wat jouw sportclub hieraan bij kan dragen? Lees hier verder: 

Diversiteit en inclusie in de sportwereld: sport is van iedereen - NOCNSF

Deel dit artikel op social media: