NOC*NSF Sportverenigingen Blog

Blog Gerard Dielessen: De waarde van de vereniging

Gerard Dielessen 22 juni 2020
Blog Gerard Dielessen: De waarde van de vereniging

Ik moet een jaar of negen, tien zijn geweest toen ik lid werd van een sportvereniging. Even geleden dus. Een vriendje uit de buurt in Utrecht, waar ik toen woonde, korfbalde destijds bij SAMOS (Samenwerking Alleen Maakt Ons Sterk). Ronnie Staal enthousiasmeerde mij om ook te gaan korfballen. Hij kwam uit een echte korfbalfamilie. De clubkleuren waren rood grijs, herinner ik mij. Inmiddels bestaat de op 4 mei 1921 opgerichte vereniging al lang niet meer. Op 17 juni 1996 fuseerde de club met DVS (Door Vriendschap Sterk) en sindsdien gaan SAMOS en DVS door het leven als Synergo. Ik weet niet wie die nieuwe naam heeft bedacht, maar deze persoon had weinig respect voor de historie.

Diep in mijn geheugen zie ik mij als klein jochie nog een competitiewedstrijd spelen in de stromende regen tegen De Vinken in Vinkeveen. Geen idee meer wat de uitslag was. Wel dat ik na afloop dacht: dit is toch niet mijn sport. Eigenlijk was ik gaan korfballen omdat ik per se een andere sport wilde doen dan mijn ouders, die fanatieke handballers waren.

Het echte verenigingsleven

Na twee jaar korfballen ben ik uiteindelijk toch ook maar gaan handballen bij het Utrechtse UD (Utile Dulci, het nuttige met het aangename), waar mijn vader ook nog penningmeester was. Bij deze club heb ik het jarenlang zeer naar mijn zin gehad en ervoer ik ten diepste de waarde van het echte verenigingsleven. Ik voelde mij er echt thuis. Heerlijk. En ik bleek het handballen kennelijk toch in mijn genen te hebben. Het nationale team bleek voor mij te hoog gegrepen, alhoewel ik toen wel op het hoogste niveau speelde in ons land.

Mensen willen zich altijd blijven verenigen. In het verleden, nu en in de toekomst.

Verenigingen. Of clubs. Het zijn mooie instituten. Nog steeds. Mensen willen zich altijd blijven verenigen, leerde ik ooit van Paul Schnabel (oud SCP-directeur). In het verleden, nu en in de toekomst. En hij heeft gelijk. Sinds die jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw ben ik van heel wat verenigingen lid geweest. En veel vrijwilligerswerk gedaan met heel veel plezier. Na mijn actieve korf- en handbalperiode ben ik gaan tennissen, hardlopen, skiën, fietsen, golfen en ik vergeet vast nog een sport.

Vorig jaar heb ik mijn lidmaatschap opgezegd van de Tennisvereniging Westerbork. Mijn hoofd wilde dingen op de baan en met mijn racket, waar mijn almaar ouder wordende lijf toch echt een heel andere opvatting over had. Dat frustreerde. Daar heb ik met fietsen en golfen gelukkig veel minder last van. Ik ben nu lid van de Drentsche Golf en Country Club. Ook daar ervaar ik bijna dagelijks de waarde van die prachtige Nederlandse sportinfrastructuur met zijn ongeveer 24.000 verenigingen. Laten we daar zuinig op zijn.

Tennisvereniging

Zo Sport Nederland

Uit het onderzoek ‘Zo Sport Nederland’ blijkt dat het aantal leden stabiel blijft, maar dat tegelijkertijd het zogenoemde marktaandeel terugloopt omdat steeds meer mensen ervoor kiezen om wel te sporten, maar dat niet altijd (alleen) bij een club te doen. Dat is jammer. Want clubs, verenigingen hebben veel te bieden. Hebben echt toegevoegde waarde. Je komt er samen; hebt plezier; je kan er meedoen aan competities; trainen onder deskundige begeleiding; beter worden; vrijwilliger zijn/worden; gebruik maken van alle faciliteiten; er wordt gezorgd voor spelregels die gezamenlijk via de verenigingsdemocratie zijn vastgesteld en ga zo nog maar even door. Uiteraard moeten clubs wel vernieuwen, meegaan met wat maatschappelijk is gewenst.

Nu we vandaag maandag 22 juni, onze eerste digitale Algemene Vergadering bij NOC*NSF gaan beleven, moest ik denken aan wat het verenigingsleven mij allemaal persoonlijk heeft gebracht en nog steeds brengt gedurende al die decennia. Dat is nogal wat, realiseer ik mij.

Vanuit dat perspectief is het mooi om te werken bij de vereniging NOC*NSF, die 76 bonden en al die verenigingen in Nederland representeert en voor hun belangen opkomt. En is het ook niet mooi, en een voorrecht, om te mogen werken aan de ontwikkeling daarvan? Ik vind van wel!

Trots op het verleden, zin in de toekomst

In 2016 zijn we al begonnen aan de ‘transitie in de sport’, die vooral gaat over het optimaliseren, innoveren en stimuleren van de verenigingssport en daar voegen we dan binnenkort de ontwikkeling van de 'Vereniging 3.0' aan toe. Een prachtige en noodzakelijke innovatieve 'reis' naar een duurzame toekomst.

Trots op het verleden, zin in de toekomst, heb ik wel eens gezegd tijdens het transitietraject. En dat geldt nog steeds. Tot op de dag van vandaag. De komende maanden gaat het er ook bij NOC*NSF om tot een 'Veranderagenda' van onze eigen vereniging te komen die aan de ene kant recht doet aan ons culturele erfgoed en aan de andere kant een vereniging ontwikkelt die vol met maatschappelijke impact relevant wil blijven in onze samenleving door te vernieuwen, te moderniseren en te innoveren naar een Vereniging 3.0. En dat in een tijd waarin we te maken hebben met grote maatschappelijke uitdagingen, gebeurtenissen en problemen, zoals Covid-19, institutioneel racisme, arm/rijk; financiering, duurzaamheid, individualisering, technologisering, wisselende politieke landschappen en een hele reeks andere relevante issues.

Verenigingsconferentie in september

Wij organiseren in september een Verenigingsconferentie, waar we ongetwijfeld de definitie van de 'Vereniging NOC*NSF 3.0' zullen ontwerpen, vaststellen en de contouren schetsen van de Veranderagenda, die ervoor moet zorgen dat we ook in de komende decennia, op basis van onze waarden ‘Samen, Excelleren, Respectvol, Verantwoordelijk en Dynamisch’ relevant blijven voor onze samenleving.

Ik ben in ieder geval trots op het feit dat ik al sinds mijn lidmaatschap van SAMOS in de jaren zestig deel uitmaak van het unieke Nederlandse verenigingslandschap. En dat wil ik graag nog even houden zo.

Gerard Dielessen, algemeen directeur NOC*NSF

Deel dit artikel op social media: