Om zoveel mogelijk mensen de kans te geven meer te sporten en te bewegen zijn feiten, cijfers en inzichten over sport en beweegdeelname een nuttige basis. Welke sporten worden veel beoefend? Welke doelgroepen sporten juist heel vaak of relatief weinig? Kortom: Hoe sport Nederland eigenlijk?

In het rapport Zo Sport Nederland  vind je de laatste ontwikkelingen op het gebied van sportdeelname in Nederland van de de jaren 2013-2019. Het rapport dient als bron van informatie voor de hele sportbranche van Nederland. Het toont zowel de ontwikkeling van het aantal actieve sporters in Nederland als de ontwikkeling van leden en lidmaatschappen de sportbonden aangesloten bij NOC*NSF.

Download het rapport:

Enkele bevindingen uit het rapport:

  • In 2019 hebben 10,2 miljoen Nederlanders gedurende een maand of langer minimaal één keer per week gesport. Dit is ongeveer 65 procent van de Nederlandse bevolking van vijf tot en met tachtig jaar. Het aantal sporters en de sportfrequentie is na een flinke stijging tussen 2013 en 2017 gestabiliseerd. Nederland sportte in 2019 gemiddeld 9,0 keer per maand.

  • In 2019 waren 4.270.000 leden lid bij één of meerdere bij NOC*NSF aangesloten sportbonden. Een lid kan meerdere lidmaatschappen hebben, bijvoorbeeld bij meerdere bonden of bij dezelfde bond. De 4,3 miljoen unieke leden hadden in 2019 samen een totaal van 5,1 miljoen lidmaatschappen bij de sportbonden aangesloten bij NOC*NSF. Het aantal leden en lidmaatschappen blijft jaarlijks afnemen.

  • Het aantal sporters is ruim twee keer zo hoog als het aantal leden. Dat betekent dat het marktaandeel van de sportbonden in 2019 iets minder was dan vijftig procent. Door de jaren heen neemt het percentage leden minimaal af, terwijl het percentage sportdeelname stijgt.

  • Ongeveer één op de vijf sporters komt uit de categorie jeugd (vijf tot en met achttien jaar). Dat terwijl één derde van de leden in die categorie valt. Dit betekent dat jeugd meer in verenigingsverband sport dan volwassenen (negentien tot en met tachtig jaar).

  • Van 2013 tot 2017 is er, vooral onder volwassenen vanaf negentien jaar, een sterke stijging in sportdeelname te zien. Sinds 2017 is de sportdeelname gestabiliseerd. Voor de jeugd tot en met achttien jaar geldt een kleine schommeling. Met name binnen de leeftijdscategorie dertien tot en met achttien jaar is in 2019 een lichte daling te zien van twee procent.

  • Binnen de leeftijdscategorie vijf tot en met negen jaar zijn de meeste sporters actief. Het aantal verenigingsleden daarentegen, ligt het hoogst in de categorie tien tot en met veertien jaar. Daarna volgt een sterke daling. Tussen de vijfentwintig en zeventig blijft het ledenpercentage stabiel. De trend voor zowel het aantal leden als het aantal sporters vertoont gelijkenissen met 2013. Opvallend is wel dat ten opzichte van 2013 de Nederlandse bevolking in 2019 meer sport en tot latere leeftijd lid blijft.

  • Er is per leeftijdscategorie weinig verschil tussen vrouwelijke en mannelijke sporters zichtbaar. Vanaf vijf tot en met negen jaar ontstaat er wel een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke leden. Vanaf twintig tot en met vierentwintig jaar is nog negentien procent van de vrouwen lid bij een sportbond, terwijl vierendertig procent van de mannen een lidmaatschap heeft.

  • Het aantal sporters met een hoog opleidingsniveau ligt hoger dan het aantal sporters met een midden- of laag opleidingsniveau. Sinds 2017 is het aantal sporters met een midden- en hoog opleidingsniveau stabiel gebleven. Het percentage sporters met een laag opleidingsniveau is echter, na een kleine stijging in 2018, met twee procent gedaald.

  • Gemiddeld sporten Nederlanders met een laag inkomen minder dan Nederlanders met een midden- of hoog inkomen. Tussen 2013 en 2017 werd dit verschil duidelijk minder. Sinds 2017 zijn de cijfers nagenoeg stabiel.

Meer sportonderzoek in opdracht van NOC*NSF