Gerard Pieter de Kruijff

Gerard Pieter de Kruijff

Naam: Gerard Pieter de Kruijff
Geboren: 27 januari 1890 te Buren
Overleden: 16 oktober 1968 in Deventer
Sport: paardensport

Olympische Spelen IX Amsterdam 1928
Paard:Va-t-‘En
Onderdeel: samengestelde wedstrijd individueel
Prestatie: zilver
Onderdeel: samengestelde wedstrijd team
Prestatie: goud
Onderdeel: hinderniswedstrijd individueel
Prestatie: 27ste plaats
Onderdeel: hinderniswedstrijd team
Prestatie: tiende plaats

Olympische Spelen VIII Parijs 1924
Paard: Addio
Onderdeel: samengestelde wedstrijd individueel
Prestatie: dertiende plaats
Onderdeel: samengestelde wedstrijd team
Prestatie: goud

Ruiter Gerard de Kruijff zat het liefst op zijn paard Kakkerlak, maar in 1928 won hij Olympisch goud op een ander paard. In die goede oude sportdagen waren sporten als schermen en de ruitersport onmiskenbaar verbonden met het leger. Sterker nog, alleen legerofficieren konden in die tijd als ruiter meedoen aan de Olympische Spelen.

Zo ook Gerard de Kruijff, ritmeester bij de huzaren. Hij won tweemaal Olympisch goud en een keer zilver. Hiermee was hij medeverantwoordelijk voor de gouden jaren van de Nederlandse ruitersport, die begonnen op de Spelen van 1924 en duurden tot en met Berlijn 1936. In die periode werden vijf gouden plakken gewonnen, naast twee zilveren en een bronzen. De Kruijff won zijn gouden medailles in het landenteam met Adolf van der Voort van Zijp en Charles Pahud de Mortanges.

Verlichte zit
De Kruijff deed zijn inspiratie op in Italië. Na zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda liet hij zich daarom begin jaren dertig van de vorige eeuw detacheren aan de rijscholen Pinerolo en Tor di Quinto. Toen hij terugkeerde kreeg hij toestemming om zijn nieuwe inzichten te onderwijzen aan een hem toegewezen eskadron. Hij zou bekend worden als promotor van de ‘verlichte zit’, die was bedacht in Italië.

Het publiek kende hem toch vooral als meervoudig winnaar van Olympisch eremetaal. In Parijs won hij met paard Addio, in Amsterdam met Va-t-‘En. Het laatste paard was afkomstig uit de stal van Pahud de Mortanges, dat hij uitleende aan zijn collega. Het paard van De Kruijff, Kakkerlak, was vlak voor aanvang van de Spelen namelijk kreupel geworden.

De prestaties van de ruiters op de ‘Nederlandse’ Spelen werden gevolgd door 30.000 juichende toeschouwers. Maar ook in het buitenland werd bewonderend gesproken over het hoge niveau van de Nederlanders. De Duitse hippoloog Gustav Rau schreef: ‘Het zweet van de ruiter, niet de klasse van het paard, bepaalde deze dagen de winnaars.’

Hilversum
De Kruijff heeft zo zijn bijdrage geleverd aan de Olympische geschiedenis van Hilversum, waar een deel van de ruiterwedstrijden werden gehouden. In deze stad stond De Kruijff zelfs nog eerste in het tussenklassement individueel, maar zou die koppositie de volgende dag verliezen aan Pahud de Mortanges.

Dat was dan weer in het Olympisch Stadion, waar de toeschouwers nog even hun adem inhielden toen die gouden plak voor het Nederlandse militaryteam in gevaar kwam. Van der Voort van Zijp zou met zijn merrie Silver Pierce een vlag hebben gemist. Er werd protest ingediend en indien dat werd erkend, veranderde de eerste plaats in ijdele hoop. De voorzitter van de Nederlandse Hippische Bond, jhr. Quarles van Ufford, kon echter aantonen dat de gewraakte vlag niet tot het parcours behoorde. Koningin Wihelmina, prinses Juliana en koningin-moeder Emma haalden samen de rest van het publiek opgelucht adem. Voor de tweede opeenvolgende keer won de Nederlandse militaryploeg goud, en daarmee dus ook De Kruijff.

Foto: majoor Couvée reikt de strikken uit aan de "kranige" ruiters (Amsterdam 1928): v.l.n.r.: ritmeester Gerard de Kruijff, eerste luitenant Charles Pahud de Mortagnes en eerste luitenant Adolf van der Voort van Zijp.

Bronnen:
- www.sportgeschiedenis.nl
- Olympisch Oranje, Ton Bijkerk (Tirion Sport, 2008)
- Foto: Nationale Sportfiguren, H.A. Meerum Terwogt (G.W. den Boer, 1933)