NOC*NSF Blog

Blog: De boeiende positie van vrouwen in de Nederlandse sport

Anneke van Zanen-Nieberg 8 maart 2020
Blog: De boeiende positie van vrouwen in de Nederlandse sport

Vandaag, 8 maart 2020, is mijn eerste Internationale Vrouwendag als voorzitter van NOC*NSF.

Ik zag dat niet direct aankomen, maar dan komt natuurlijk de vraag bij je of jij als ‘voorzitter van de Nederlandse sport’ daar ook aandacht aan zou willen geven. En natuurlijk wil ik dat. Graag zelfs, want de positie van vrouwen in de Nederlandse sport is een boeiende, heb ik gemerkt.

Ik denk dat er geen tweede activiteit in Nederland is waarbinnen het onderscheid tussen vrouwen en mannen zo geaccepteerd is. Sterker nog, vrijwel alle sportcompetities drijven op de geslachtelijke categorie indeling meisjes, jongens en vrouwen, mannen. Op een paar na; zo wordt er in het korfbal en bij de hippische sport gemengd gesport. En natuurlijk, op jonge leeftijd zie je dat meisjes en jongens ook wel samen op het sportveld staan, soms gedreven door een tekort aan jeugd bij een vereniging, maar ook wel vanuit het welbegrepen belang voor het sportplezier en omdat je op die leeftijd veel van elkaar kan leren.

Ik denk dat er geen tweede activiteit in Nederland is waarbinnen het onderscheid tussen vrouwen en mannen zo geaccepteerd is.

Voor de volgers van de Nederlandse topsport is het wat onze internationale prestaties betreft een uitgemaakte zaak. ‘Onze vrouwen doen het beter dan de mannen’, hoor je dan vaak. Als je wat meer precies en langjarig kijkt valt dat ook wel weer mee, maar het is ontegenzeggelijk zo dat van de 37 gouden medailles die TeamNL wist te winnen op de afgelopen vier Zomerspelen er 26 in de wacht werden gesleept door de vrouwen. En de prestaties van Dafne Schippers, Ireen Wüst, Marit Bouwmeester, Esther Vergeer en Bibian Mentel - om er maar eens een paar te noemen - staan ook bij iedereen stevig op het netvlies. 

Wetenschappers hebben al eerder geconcludeerd dat de mogelijkheden voor vrouwen in sport in Nederland vroeger al wel vrij goed waren, maar in de afgelopen dertig jaar enorm zijn toegenomen. Zeker in de wedstrijd- en topsport. Het lijkt volkomen geaccepteerd en gewaardeerd als meisjes en vrouwen graag uit willen blinken in sport. We kunnen er in Nederland trots op zijn dat zowel meisjes als jongens hebben kunnen profiteren van de grote investeringen in Nederland op het gebied van talentontwikkeling en topsport, zoals de Centra voor Topsport en Onderwijs.

Foto: Mathilde Dusol

Allemaal prettige gedachten zo op deze Internationale Vrouwendag. Maar ga je toch ook even één spade dieper en kijk je achter de schermen van onze mooie sportcultuur, dan zie je ook wat anders. Van alle topcoaches in álle sporten is maar vijftien procent vrouw. En ook in het bestuur en management bij sportorganisaties is de verhouding nog behoorlijk scheef. Met een bestuur bij NOC*NSF van vijf vrouwen, waaronder de voorzitter en penningmeester, en twee mannen zijn wij ons bewust dat wij geen doorsnee bestuur hebben. Bij vele andere (sport)besturen ligt die verhouding de andere kant op.

Ik ben positief ingesteld, ben ervan overtuigd dat divers samengestelde besturen beter presteren en dus ik roep iedereen op om op deze Internationale Vrouwendag weer ontzettend te genieten van al die meisjes en vrouwen op al die sportvelden in Nederland. En van de geweldige prestaties die zij ook internationaal weer neer weten te zetten. Maar ik vraag iedereen ook om zelf achter de schermen van je eigen sport te kijken en te bedenken welke acties jij gaat ondernemen om die scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen op de verschillende plaatsen in de sport recht te zetten! Mijn steun hebben jullie....

Anneke van Zanen-Nieberg
Voorzitter NOC*NSF

Deel dit artikel op social media: