Jochem Bobeldijk

Naam: Jochem Bobeldijk 
Geboren: 12 april 1920 te Zaandam
Overleden: 18 november 2010 te Egmond aan Zee
Sport: kanovaren

Olympische Spelen Helsinki 1952
Onderdeel: K-1 10.000 meter
Prestatie: achtste plaats in 49:36,2

Olympische Spelen London 1948
Onderdeel: K-1 10.000 meter
Prestatie: zesde plaats in 52:13,2

Jochem Bobeldijk werd op 12 april 1920 in Zaandam geboren. Hij was de enige zoon van Joachim Bobeldijk en Naatje Mars. Vader was van beroep houtzager, maar werd later melkboer. Jochem groeide op in een eenvoudig gezin dat achter de winkel woonde. Hij volgde lager onderwijs en ging daarna werken. Later nam hij de melkzaak over, waarvoor hij een vakopleiding volgde en het middenstandsdiploma haalde.

Op de lagere school werd vrijwel geen gymnastiek gegeven of aan sport gedaan. Maar er was wel contact met sport. Vader Bobeldijk had gevoetbald en in diens kielzog ging ook Jochem voetballen. Hij werd lid van de plaatselijke vereniging KFC, zonder daarin uit te blinken. Eigenlijk was hij liever gaan wielrennen, maar daar voelden zijn ouders, die het wielrennen niet zagen zitten, weinig voor. Wel werd hij al vroeg naar het water getrokken.

Vlotten bouwen
In de Zaanstreek was immers volop gelegenheid om vlotten te bouwen en tochten te maken. Werd toen de grondslag gelegd voor wat later zijn grote liefde zou worden? Jochem werd lid van de kanovereniging Quo Vadis, niet ver van zijn huis. In de loop der jaren nam zijn belangstelling voor het kanovaren alleen maar toe, vooral toen hij er in slaagde samen met een vriend een kano te kopen.

De eerste tijd ging het allemaal niet van een leien dakje. Zo moest hij het zonder trainer stellen en door het vele werk in de melkzaak kon hij zich niet altijd vrijmaken. Voor de technische details was hij afhankelijk van wat oudere clubleden hem bijbrachten. Dat hij talent had voor de kanosport was duidelijk en spoedig blonk hij uit in de regionale en nationale kampioenschappen. Zo groeide hij als het ware naar de Spelen van 1948 toe.

Opmerkelijk is dat de wedstrijden waaraan hij meedeed meestal op zaterdagavond plaats vonden, als hij er een dag hard werken op had zitten. In de aanloopfase naar Londen kreeg hij wel een vaste trainer, maar dat was iemand die eigenlijk gymleraar van beroep was. De selectie werd hem per brief meegedeeld en er verscheen ook een berichtje in de krant, wat hem ‘een goed gevoel’ gaf. Van het bestaan van de Spelen was Jochem op de hoogte en van die van 1936 in het bijzonder, omdat de Nederlandse kanovaarders daar goed gepresteerd hadden. Uit zijn mededeling dat de trip naar Londen zijn eerste buitenlandse reis was, kan de conclusie worden verbonden dat er in die tijd maar weinig internationale contacten waren.

Geldgebrek
Toen hij zeker was van zijn selectie was Bobeldijk ieder vrij uurtje in zijn kano te vinden. Als topsporter verwaarloosde hij zijn oude vrienden niet en nieuwe vond hij binnen de club. Het vroeg wel wat improvisatie om een goed evenwicht te vinden tussen de tijd die hij aan zijn sport besteedde en het werk dat gedaan moest worden. Ouders en vrienden waren trots op hem, maar voor het overige gingen zij nuchter met zijn sportsuccessen om.

De reis verliep naar Londen verliep tamelijk omslachtig: eerst met de trein naar Hoek van Holland en dan verder met de boot. Vervolgens met de trein naar Londen en per bus naar de plaats van bestemming, de school waarin zij werden ondergebracht. Getraind werd er ver van de school en de wedstrijden verliepen ook al niet als verwacht mocht worden: het werd een tijdrace op een smalle baan, waarbij de deelnemers om de minuut startten. Daar kwam nog bij dat Jochem een valse start maakte. Toch bereikte hij in de K1-klasse over 10.000 meter een eervolle zesde plaats, waar hij niet tevreden over was. Het speet Bobeldijk dat hij de openingsceremonie en de sluiting niet had kunnen bijwonen. Geldgebrek van Nederlandse kant was ervan de oorzaak dat zij maar kort konden blijven.

Terug in de Zaan vatte hij zijn gewone werkzaamheden weer op en hernam het leven zijn gewone loop. Voor Bobeldijk waren de Spelen niettemin een bijzondere ervaring geweest en achteraf beschouwd vond hij het jammer dat hij toen geen plakboek heeft bijgehouden.

Bronnen:

  • Sportportretten Sport.nl
  • Olympisch Oranje, Ton Bijkerk (Spaar en Hout, 2012)