Sportdeelname Sportverenigingen Welkom in de sport

Een leven lang tennissen: vijf vriendinnen in Bergambacht

2 oktober 2020

Ze leerden elkaar kennen bij de club, sloten vriendschappen, leidden commissies, en altijd bleef de liefde voor de sport bestaan. “Dat balletje naar de overkant slaan, geeft altijd weer een fijn gevoel.” Martha Wagenaar (77), Mary Boer (72), Ineke van Vliet (72), Ineke Grube (78) en Tineke de Haan (61) zijn ploeggenoten in het seniorenteam van TennisClub Bergambacht.

Ook TC Bergambacht schuurt wel eens tegen de nationale top aan van een van de populairste sporten van het land. Dat was op de dag dat de nietsvermoedende Martha Wagenaar en Ineke Grube een brief kregen van de tennisbond. Er stond in dat ze de sterksten waren in hun leeftijdscategorie. Van het hele land welteverstaan. En of ze daarom een toernooi om het nationaal kampioenschap wilden spelen. Helemaal in Hilversum, zestig kilometer van Bergambacht.Ze waren competitiewedstrijden gewend in Vlaardingen of Rhoon. Even verderop in Ridderkerk of misschien een keer in Numansdorp. Maar niet in Hilversum.

“Goed, wij erheen”, zegt Grube, nippend aan de koffie op het terras van de tennisclub waar ze al haar hele leven tennist, de jeugdcommissie leidde, maar vooral vriendschappen sloot. “Hoorden we onderweg dat het niet doorging. De tegenstander was ziek.” Zo ging het drie keer. “Stonden we zomaar in de finale”, vult Martha aan. Grube: “Die we verloren.” Martha: “Ook vanwege de ondergrond.” Grube: “Die was veel te hard. Dat waren we niet gewend. Maar toen waren we dus de landelijke nummer twee. Kregen we een foto van de KNLTB. En een handtekening van Jacco Eltingh. En een medaille.” Ze schiet in de lach: “Kromme tenen natuurlijk. Dat we de op een na besten waren in onze leeftijdscategorie. Omdat de rest in elkaar was gestort.”

Ineke van Vliet weet nog een hoogtepunt. Op een toon alsof ze korte metten maakten met Serena en Venus Williams, zegt ze: “We hebben ook een keer Victoria verslagen.” “Een heel belangrijke club in Rotterdam”, zegt Mary. “Die dames waren jaren achtereen kampioen geworden. En toen kwam dat kleine clubje uit Bergambacht. Dat ze van ons verloren, was niet ingecalculeerd. Ze hadden verteld dat ze ook altijd de regionale kampioenschappen wonnen. En dat ze onderlinge wedstrijden tegen andere kampioenen organiseerden. Toen verloren ze dus van ons.” De enige relikwie van het meest recente succes, het kampioenschap van de 45+hoofdklasse, is een placemat met hun foto’s erop. “Later denk je: Had ik maar meer bewaard.”

Omelet met nasi

Winnen is leuk, die wil is er altijd wel, maar uiteindelijk gaat het op de tennisclub van het dorpje Bergambacht in de Krimpenerwaard toch vooral om de onvoorwaardelijke liefde voor het tennis,
de sport die zich zo goed leent voor beoefening op late leeftijd. Een sport die goed is voor decennia van onvoorwaardelijke vriendschap en een gevulde omelet met nasi. En voor koffie natuurlijk, de onontbeerlijke versnapering op doordeweekse ochtenden op de tennisclub. Zul je net zien, komen er een tekstschrijver en een fotograaf om al het tennisgeluk vast te leggen, doet het koffiezetapparaat het niet. Net gearriveerde leden springen vliegensvlug bij, zonder koffie geen gesprek. Het koffiezetapparaat wordt ondersteboven gekeerd en net als er verse koffie
van thuis is gehaald, pruttelt het apparaat alsnog verse, donkerbruine druppels.

Ik kan best verliezen, maar ik wil wel winnen. Ik sta er niet om niks te doen
Ineke Grube

Nog even over die omelet met nasi. Die maakte Mary Boer altijd op competitiedagen. Ook voor de tegenstander, “want verliezen of winnen, daar sta je gewoon boven”. Fanatiek op z’n tijd, dat zijn ze wel. Grube: “Martha deed aan wedstrijdzwemmen en heeft op hoog niveau waterpolo gespeeld.” Maar zo’n competitiedag was vooral een uitje. Met koffie en taart, en fruit aan het eind. En dus een gevulde omelet met nasi. “Ik kan best verliezen,” zegt Grube, “maar ik wil wel winnen. Ik sta er niet om niks te doen.” Anderen wijzen op de bij tennisclubs onvermijdelijke lijst van clubkampioenen. Grube staat erop, met Martha. Winnaars van het dubbeltoernooi. Deze eeuw nog. “Goh ja. Kijk ik eigenlijk nooit naar.”

Kramp

Mary weet hoe belangrijk het is om te bewegen. Ze kampte recent nog met een blessure. Een kromming in de rug. Fysiotherapie hielp. “Maar tennis ook. Ik heb daardoor een goede conditie.” Ze hebben Grube een keer van de baan moeten dragen. “Dat was tijdens de singlefinale van het clubkampioenschap. Ik had kramp op alle plekken waar je kramp kunt krijgen. Ik ging door, want ik wilde winnen. En ik won.” Martha wijst op haar wang waar een pleister zit. “Ik heb vier weken niet getennist, omdat ik onder het mes ben geweest.” Ineke van Vliet scheurde ooit
haar kruisbanden. Ineke Grube heeft wel eens een zere knie gehad. “Moest ik een bandje om. En die tennisarm duurde een halfjaar.”

Het gebeurt natuurlijk regelmatig dat een van de dames iets heeft bedacht op de baan, maar het fysiek niet meer kan uitvoeren. Grube: “Ik reageer vooral trager aan het net. Maar ik ben nooit
bang dat er wat naars kan voorvallen. Op straat kan ook wat gebeuren. En ze hebben hier een AED [een automatische defibrillator die gebruikt wordt bij de reanimatie van het hart, NK].
Als je zegt hoe oud je bent, geloven mensen je soms niet. Gelukkig zijn wij fit en beleven we veel plezier aan onze sport. Zo veel oudere mensen bewegen helaas te weinig. En tennis is bij uitstek een sport die je ook op onze leeftijd kunt beoefenen.

Zo veel oudere mensen bewegen helaas te weinig. Als je zegt hoe oud je bent, geloven mensen je soms niet
Ineke Grube

Mary kijkt het groepje rond. “Je ziet: niemand hoeft te lijnen. Ik vecht ervoor om zo lang mogelijk door te gaan.” Ineke van Vliet proeft wel eens negativisme in haar omgeving: “Ga je alweer
tennissen? Zou je niet een stapje terug doen?” “Afgunst”, weet Grube zeker. “Die hebben geen liefde voor sport meegekregen.” Martha: “Mijn moeder deed aan atletiek: vijfkamp, hardlopen,
alles. Haar broer voetbalde op hoog niveau. Dan wil je zelf ook sporten.”

Fijn gevoel

Toch is het ook de senioren van Bergambacht wel eens te veel. Toen met die hete dagen in augustus moest Martha nog aan het tomatensap. “En chips vanwege het zout.” Maar ze zegt
ook: “Het is hartstikke belangrijk om te bewegen en zolang ik er lol aan heb, zal ik het blijven proberen. Als ik dat balletje weer naar de overkant heb geslagen, geeft dat toch een fijn gevoel.
Tennis is de sport die je het langst kunt doen, denk ik. Golfen ook, maar daar vind ik niks aan. Dat duurt allemaal veel te lang.”

Martha: “Je hebt allerlei niveaus en je zakt steeds verder, maar tennis is gewoon een heel leuk spel. Met een dubbel sta je met z’n vieren op de baan. Dat is sociaal gezien ook leuk. En het is
heerlijk buiten.” Mary was aanvankelijk meer van het voetbal. “Maar toen er een tennisbaan in de buurt kwam, ben ik gaan tennissen.” De dames zijn heel hecht met elkaar. Mary: “We fietsen
samen of gaan varen. We zijn ook naar de damesdag van het tennistoernooi in Rosmalen geweest.” “Toen mijn man overleed, heb ik veel steun van jullie gehad”, zegt Ineke van Vliet. Mary: "Je ging snel de baan weer op, vond ik. Dat vond ik heel sterk van je."

Mijn kleinkinderen gamen veel. Dan kun je beter op de tennisbaan staan
Mary Boer

Corona

Het tennis werd dan ook zeer gemist tijdens de coronaperiode. “Ik had er begrip voor dat alles op slot ging”, zegt Ineke Grube. “Maar dat we niet konden tennissen, vond ik erg.” Ineke van Vliet:
“Ik ben dus alleen. Dan is het verrekte stil in huis. Toen het weer kon, heb ik direct contact gezocht.” Ze misten het clubhuis, de banen, de steile helling vanaf de dijk die toegang geeft tot de club. Vlak daarlangs ligt een grasveldje met daarop een nieuwsgierige emoe en wat herten. Ze weten nog hoe het allemaal ontstond, in 1973, toen ze lid werden. Er kwam een tennisclub in Bergambacht en dat was “een heel ding” in het dorp.

Tien jaar eerder was er al een plan geweest, maar dat ging niet door. Een nieuwe groep enthousiastelingen kreeg het wel voor elkaar. Twee banen had de club (in plaats van de huidige vier), en een houten keet die dienstdeed als clubhuis. Die werd eerst vervangen door een blokhut, maar nu staat er een volwaardig clubhuis.

Het gesprek vindt plaats aan een tafel die is gemaakt van hout uit het oude clubhuis en die de dames zelf getimmerd, geverfd en gelakt hebben. De club betekent veel voor hen, want hier
hebben ze hebben elkaar ontmoet en leren kennen. Ineke van Vliet squashte en wilde ook wel eens tennissen. Tineke de Haan voetbalde eerst - dat kun je zien, want op de tennisbaan haalt ze nog elke bal. Mary vond tennis in het begin helemaal niet zo leuk. Pas na wat lessen zag ze er de aardigheid van in.

En Ineke Grube verveelde zich toen ze net in het dorp kwam wonen. Een peuterklas oprichten én tennissen, was de oplossing. “Mijn man is hier tien jaar voorzitter geweest, ik zat zelf in de jeugdcommissie. Ik vind dat je als ouder wat terug moet doen voor de club waar je kinderen bij sporten.”

Tennis is gewoon een heel leuk spel, het is sociaal gezien leuk en het is heerlijk buiten
Marha Wagenaar

Simona Halep

Mary vindt jongere vrouwen soms te fanatiek. “Die denken: Ik zal dat oude mens even verslaan. En dan slaan ze heel hard. En uit. Wij zijn juist heel vast.” Grube: “Ze zijn ook eerder afgeleid.” Mary: “Mijn kleinkinderen gamen veel. Dan kun je beter op de tennisbaan staan.” “Tennis is een mentale sport”, zegt Grube. Ze tikt met een vinger op haar slaap. “Dat zie je ook aan die profs. Dat meisje Simona Halep, die kan zo heerlijk tennissen.”

De dames hebben tennissende kinderen en kleinkinderen. Ze hopen dat die, als ze tegen de tachtig lopen, net zoveel plezier aan tennis beleven als zij. En dan na de sport ook aan de koffie gaan! Met vrienden mijmerend over een tennisleven lang de bal over het net slaan en over wat er in het leven daarbuiten allemaal met eenieder heeft kunnen gebeuren.

Deel dit artikel op social media: