“PKC is heel groot, maar toch eigenlijk ook heel klein”

“PKC is heel groot, maar toch eigenlijk ook heel klein”

Door een blessure en de coronacrisis veranderde de topsportcarrière van Maaike Steenbergen definitief in een maatschappelijke carrièreDe voormalig korfbalster van het Nederlands team werkt tegenwoordig als communicatieadviseur bij de Rabobank, maar de binding met haar korfbalvereniging bleef en zal blijven bestaan. “Voor mij bestond de zaterdag altijd uit korfbal, dat wil ik eigenlijk niet missen”, aldus Steenbergen. 

Al bijna zolang Steenbergen zich kan herinneren, is ze lid van een korfbalvereniging. Vanaf haar vijfde beoefende ze de sport en dus korfbalde ze wekelijks met dezelfde mensen en op dezelfde plek. Eigenlijk is dat best speciaal, realiseert zij zich. “Daar sta je nooit bij stil, omdat je niet beter weet. Voor mij voelt het heel normaal om bij een vereniging te horen, maar zo vanzelfsprekend is dat helemaal niet. Het is eigenlijk juist heel bijzonder.” 

Ons-kent-ons 

Vanaf haar vijftiende was Steenbergen actief bij DOS’46. Acht jaar lang zou ze bij de korfbalvereniging Nijeveen blijven, waar ze vijf jaar in de hoofdmacht speelde. Steenbergens debuutseizoen bij het eerste team was precies het jaar dat DOS’46 degradeerde uit de hoogste divisie. De club bivakkeerde drie jaar lang op het een-na-hoogste niveau, waarna Steenbergen haar ploeg als aanvoerder weer naar de Korfbal League leidde. “Dat was een van mijn beste jaren”, vertelt ze. “Die promotie is het mooiste moment uit mijn carrière geweest, maar zoiets besef je pas achterafDOS’46 komt uit een bescheiden dorpjemaar ze spelen wel op het hoogste niveau van Nederland. Tussen clubs uit de Randstad stond dan ook DOS’46 uit Nijeveen. En Nijeveen, dat ís DOS’46. Er heerste daar echt een ons-kent-ons-gevoel, er hing een heel warme sfeer. Dat was hartstikke gezellig.” 

Na haar jaren bij DOS’46 maakte Steenbergen de overstap naar het Papendrechtse PKC, de grootste korfbalclub van Nederland. “Voor mijn sportieve carrière was dat een prachtige stap, maar ik hoopte wel dat ik die gezelligheid van DOS’46 ook in Papendrecht zou vinden”, legt Steenbergen uit. “En opmerkelijk genoeg, ondanks dat PKC een veel grotere vereniging is dan DOS’46, is het gevoel daar erg vergelijkbaar. PKC is heel groot, maar toch eigenlijk ook heel klein. Allebei de clubs zijn erg persoonlijk.” 

Er heerste daar echt een ons-kent-ons-gevoel, er hing een heel warme sfeer. Dat was hartstikke gezellig.

Lief en leed 

“Je vereniging is echt een tweede familie”, vervolgt Steenbergen. “Je brengt daar zoveel tijd door, ik was bijna meer op de club dan bij mijn vriend en familie. Je deelt lief en leed met elkaar. Vorig jaar ging ik door mijn knie, dan ervaar je pas goed hoe betrokken iedereen is. Door alle berichtjes en cadeautjes die ik ontving, merkte ik hoeveel mensen van de vereniging er aan mij dachten. Je moet een flinke domper verwerken, maar al die persoonlijke steunbetuigingen trekken je er wel doorheen. Iedereen is er ook voor elkaar in mindere tijden. Dat is een fijn gevoel.” 

De knieblessure was, in combinatie met al bestaande twijfels en de voortdurende coronacrisis, de druppel die Steenbergen deed beslissen om te stoppen met korfballen op hoog niveau. Het was een redelijk abrupt einde van haar topsportcarrière, maar door haar werk bij Rabobank belandde ze niet in een zwart gat. Ze heeft haar huidige baan zelfs te danken aan het korfbal. “Toen ik nog in het Nederlands team speelde, startte NOC*NSF met het programma ‘TeamNL@Work’. Het programma richtte zich op sportmarketing en media en was bedoeld voor topsporters die zich naast hun topsportcarrière op een ander gebied wilden ontwikkelen. Ik had al communicatie gestudeerd, dus dit was mij op het lijf geschreven. Ik meldde mij aan en samen met veertien andere topsporters heb ik dat programma gevolgd. We bezochten verschillende bedrijven, waaronder de Rabobank. Daar kwam een stage vrij en ik was net afgevallen voor de Nederlandse selectie. Ze kozen mij als stagiair en dat was zó tof. Ik mocht meedraaien bij het EK Beachvolleybal, bij Lowlands en bij de Champions Trophy, een internationaal hockeytoernooi. Gelukkig mocht ik daarna blijven. In het begin was de combinatie tussen korfbal en werk best pittig. Het betekende vroeg opstaan, aan het werk en daarna snel door naar PKC. Inmiddels werk ik alweer bijna drie jaar bij de Rabobank en daar heb ik, zeker nu ik gestopt ben, veel profijt van. Sport was voor mij een uitlaatklep, maar mijn werk fungeert een beetje op dezelfde manier. Ik heb veel ambities en wil hard werken. Die gedrevenheid kan ik nu nog steeds kwijt.” 

Maaike Steenbergen

Ontmoetingsplek 

Hoewel Steenbergen het erg naar haar zin heeft bij de Rabobank, beginnen het korfballen en het verenigingsleven alweer te kriebelen. “De korfbalvereniging was mijn ontmoetingsplek met vrienden, ik vond er altijd gezelligheid. Toen ik stopte bij PKC heb ik ook direct aangegeven dat ik wel betrokken wilde blijven bij de club. Ik heb plaatsgenomen in de sponsorcommissie en spreek nog steeds mijn voormalig teamgenoten. Ik hoef niet meer te korfballen op het hoogste niveau, maar gewoon lekker spelen in een vriendenteam lijkt mij erg leukPKC is eigenlijk niet meer weg te denken uit mijn leven, daarom wil ik ook niet dat het opeens wegvalt. Het is gewoon een ontzettend fijne club.” 

Tom van Kuyk – Hoofd Sponsoring en Merkactivatie bij Rabobank 

“Sport is voor mij het verenigingsleven, want voor veel Nederlanders is de club echt hun tweede thuis. Onze sportinfrastructuur, met in elk dorpje een club, is uniek. Ons partnership met NOC*NSF is dan ook volledig op dit verenigingsleven gebaseerd. De sportclubs verzorgen niet alleen een sportaanbod, maar brengen ook verbinding in de wijk. Wij willen dat sportverenigingen hun maatschappelijke potentie nóg meer gaan benutten, want ze zijn een versterkend element van onze samenleving. Ze zorgen voor geluk. Het is mooi dat NOC*NSF dat ook zo ziet en het verpakt in een campagne. Samen willen we de sportclubs toekomstbestendig maken en daarom hebben we elkaar gevonden.”