Een definitie van het begrip talentvolle sporter is niet eenvoudig te geven. Vrijwel alle bestaande definities bevatten de componenten ‘bovengemiddelde aanleg’, ‘begaafdheid’ en/of ‘de potentie om de top te halen’. Als wij het begrip talentvol wél gebruiken, dan biedt de uitleg van Francoys Gagné (zie afbeelding onder) voor ons een interessante basis. Hierbij gaan we uit van de volgende basisfactoren:

  • Aanleg - heeft een kind cadeau gekregen bij zijn geboorte en vormt de blauwdruk voor het bouwen van een huis;

  • Ontwikkeling - het proces om aanleg om te zetten in competenties van een bepaald niveau binnen een specifiek domein zoals tennis, ballet of wiskunde. De omgeving (gezin, cultuur, leefwijze, opvoeding en scholing) en de sporter zelf spelen hierin een belangrijke rol en zijn daarmee de aannemers die, op basis van de blauwdruk, het huis bouwen en invloed hebben op de snelheid waarin dit plaatsvindt.

Aanleg en ontwikkeling bepalen samen of een sporter talentvol is, maar of dat ook leidt tot mondiaal succes verschilt per sport.

Gagné, F. (2010). Motivation within the DMGT 2.0 framework. High Ability Studies, 21, 81-99.