Waterpolomannen London 1948

1948, Olympische Spelen XIV te Londen
Sport: waterpolo
Team: Nederlands mannenteam, 
Prestatie: brons

Tijdens de oorlogsjaren vormde zich met onder meer Cor Braasem, Ruud van Feggelen en Nijs Koorevaar een groep jonge waterpoloërs, die zoveel mogelijk trachtte te spelen tegen kringselecties. De ploeg, die in steeds wisselende samenstelling onder de naam De Kikvorschen uitkwam, werd de kern van de nieuwe nationale ploeg. In 1947 legde Nederland tijdens het EK in Monaco beslag op de vijfde plaats. De ploeg stond echter aan de vooravond van nog grotere successen.

Wereldklasse
Het team kreeg alle ruimte om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de Olympische Spelen van Londen, een jaar later in Londen. Zo werd bijvoorbeeld Frits Ruimschotel teruggehaald, die naar Nederlands-Indië was gestuurd. Tijdens de Spelen werkte de ploeg zich op naar wereldklasse. India (14-0) en Chili (12-1) hadden helemaal niets in te brengen en met een weergaloze midvoor Ruud van Feggelen in de hoofdrol werd ook Spanje verslagen (5-3).

Tegen België had de ploeg het moeilijk (3-3), maar tegen Zweden werd dit rechtgezet. In de finalepoule had Nederland tegen Hongarije lang de beste papieren, maar de Oost-Europeanen kwamen in de laatste minuut langszij (4-4). Italië bleek in Londen niet te kloppen (4-2), wat Oranje een bronzen medaille opleverde.

Het bronzen team bestond uit Cor Braasem, Ruud van Feggelen, Hennie Keetelaar, Nijs Koorevaar, Joop Rohner, Frits Ruimschotel, Piet Salomons, Frits Smol en Hans Stam. De begeleiding was als vanouds in handen van Frans Kuijper, die van 1935 tot 1960 het bewind zou voeren over de nationale ploeg.

Empire Pool
De Nederlanders waren uitermate content met hun plak, getuige het verslag van journalist M.J. Adriani Engels in zijn boek 17 Olympische dagen:

"Ze grepen hun populaire trainer Frans Kuyper, die meer dan iemand had gedaan om dit succes te bereiken, beet en jonasten hem ten aanschouwe van de achtduizend stomverbaasde toeschouwers op vakkundige wijze het water van de Empire Pool in vlak voordat ze naar het erepodium mochten stappen." 

Na Londen werden de nationale trainingen vol enthousiasme voortgezet. ’s Winters in het Sportfondsenbad Oost en in de zomer in het Mirandabad, beide in Amsterdam. Gedragen door succes: in 1949 veroverde Oranje de prestigieuze Trofeo Italia, door onder meer overwinningen op Hongarije en thuisploeg Italië, de ploegen die op de Olympische Spelen nog boven Nederland eindigden. Het jaar daarop vond in Wenen het absolute hoogtepunt plaats: Nederland werd ongeslagen Europees kampioen. Een mijlpaal in de vaderlandse waterpolohistorie.

Het was tevens het laatste hoogtepunt van deze generatie. De Spelen in Helsinki in 1952 werden sportief een teleurstelling, in Melbourne 1956 was Nederland wegens de boycot niet eens aanwezig.

Bronnen:

  • Waterpolo.nl
  • 17 Olympische dagen, M.J. Adriani Engels (J.J. Kuurstra, 1948)