Naam: Gerrit Voorting 
Geboren: 18 januari 1923 te Santpoort
Overleden: 30 januari 2015 te Heemskerk

1948, Olympische Spelen XIV in Londen
Sport: wielrennen
Onderdeel: 4 kilometer ploegachtervolging
Prestatie: in eliminaties uitgeschakeld
Onderdeel: wegwedstrijd
Prestatie: zilver
Onderdeel: landenwedstrijd
Prestatie: team niet geplaatst door uitvallen van drie renners

De Cruijffiaanse uitspraak ‘als je niet meedoet, kun je ook niet winnen’, typeert de nuchtere Gerrit Voorting, bekend geworden als een krachtfiguur in de wielrennerij. Op 18 januari 1923 in Santpoort geboren, komt hij uit een katholiek gezin dat gezegend was met tien kinderen. Vader Voorting was schipper van beroep en zal vaak moeite hebben gehad om de eindjes aan elkaar te knopen.

Hoewel de ouders zelf niet aan sport deden, vormden de Voortings toch een sportief gezin. Zijn tweelingzus deed aan handbal en honkbal en zijn jong overleden broer Adri werd eveneens een verdienstelijk wielrenner. Adri deed in 1952, in navolging van zijn oudere broer, mee aan de Olympische Spelen van Helsinki. Twee jaar later werd hij tweemaal Nederlands kampioen, zowel op de weg als in de ploegachtervolging.

Roze leiderstrui
Gerrit Voorting groeide in de jaren vijftig uit tot één van de beste Nederlandse beroepswielrenners op de weg. Tien keer deed hij mee aan de Tour de France, twee keer won hij de gele trui en boekte ook tweemaal een etappeoverwinning. Ook in de Giro d’Italia wist hij een etappe te winnen en één keer reed hij in de roze leiderstrui. Dat alles gebeurde na 1949 toen hij de amateurstatus inruilde voor het beroepswielrennen. Een jaar eerder had hij triomfen gevierd als medaillewinnaar op de Spelen van Londen.

Door een vriend is Voorting in de wielrennerij terecht gekomen. Die vriend was lid van een club en op diens voorspraak mocht Gerrit ook meedoen. Hij reed op een gewone fiets, maar door bagagedrager en spatborden te verwijderen leek het heel wat. Al gauw ontdekte hij dat hij de jongens op racefietsen uitstekend kon bijhouden. Hij werd zozeer door het wielrennen gegrepen dat hij voor een echte racefiets ging sparen. Het koersrijden begon voor hem pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog en vooral in België en Frankrijk viel toen goed geld te verdienen. Hoewel Voorting toen nog de amateurstatus had werd hem zo het een en ander toegeschoven.

In de winter werd er niet gereden en om toch aan geld te komen werkte hij in de tussentijd als huisschilder. Alleen op zondag was er tijd om te trainen en af en toe ook door de week, als de schildersbaas hem tenminste vrijaf gaf. Ook kwam het voor dat hij uitgezonden werd om ergens in de buurt een klus te klaren. Hij ging daar dan op zijn fiets naar toe en pakte zo weer de nodige kilometers.

Voortings prestaties bleven niet onopgemerkt en hij werd uitgekozen om Nederland op de Spelen van Londen te vertegenwoordigen. Hij was daar zo blij mee, dat hij de overstap naar de professionals een jaar uitstelde. In Londen wachtte hem een zwaar programma: hij deed mee aan de teamwedstrijd op de weg, de vier kilometer ploegachtervolging en de 100 kilometer op de weg individueel. En op dat laatste onderdeel had hij succes, want hij won de zilveren medaille. Over de Spelen zelf kon hij niet zoveel vertellen. De wielrenners waren ver van het centrum gehuisvest, waardoor zij de andere wedstrijden niet konden volgen.

Netjes in de rij
Het speet hem dat hij de weergaloze Fanny Blankers-Koen niet had zien lopen. Wel woonde hij de openingsceremonie bij, maar die maakte niet veel indruk op de nuchtere Nederlander, ‘Het was wel leuk, maar je ken daar niet hard gaan praten, want je mot netjes in de rij blijven’. De sluitingsceremonie is aan de Nederlandse wielrenners voorbijgegaan, want op dat moment waren ze al weer terug in het land. In Haarlem werd hij gehuldigd en in een koets rondgereden. Daarnaast ontving hij een aantal cadeaus. In 1949 werd Voorting professional en daarmee begonnen zijn echte successen. Gevraagd naar de waarde van de olympische medaille gaf hij te kennen dat overwinningen in de Tour of de Giro voor hem meer betekenden. Olympische overwinningen staan in de wielersport nu eenmaal lager aangeschreven dan een zege in een van de grote klassiekers.

Voorting leende zijn olympische medaille uit aan een familielid, maar kreeg hem nooit terug. Hij vertelde dit verhaal in een uitzending van Studio Sport, dat in de aanloop naar de Olympische Spelen London 2012 een reportage over hem maakte. De plak bleek in het bezit te zijn van de Stichting Sportcompass, die hem voor een veiling had gekregen in de veronderstelling dat het een olympische munt was. Waterpoloster Daniëlle de Bruijn, ambassadeur van de stichting, bezorgde de medaille terug bij de rechtmatige eigenaar.

Voorting reed de teamwedstrijd in Londen samen met Henk Faanhof, Joop Harmans en Theo Blankenauw. Begin 2015 overleden binnen één week zowel Voorting, Faanhof als Harmans.

Bronnen:
• Sportportretten Sport.nl
• NOS
• Statistische gegevens: Olympisch Oranje, Ton Bijkerk (Spaar en Hout, 2012)