Erica Terpstra

Naam: Erica Terpstra 
Geboren: 26 mei 1943 in Den Haag
Voorzitter NOC*NSF van 18 november 2003 tot 18 mei 2010
Sport: zwemmen

1964, Olympische Spelen XVIII in Tokio
Onderdeel: 100 meter vrije slag
Prestatie: vierde plaats in 1:01,8
Onderdeel: 4 x 100 meter vrije slag estafette 
Prestatie: brons in 4:12,0 
Onderdeel: 4 x 100 meter wisselslag estafette
Prestatie: zilver in 4:37,0

1960, Olympische Spelen XVII in Rome
Onderdeel: 100 meter vrije slag
Prestatie: zesde plaats in 1:04,3
Onderdeel: 4 x 100 meter wisselslag estafette
Prestatie: vierde plaats in 4:47,6

Erica Terpstra wordt ook wel ‘De moeder van de Nederlandse sport’ genoemd. Met haar aanstekelijke spontaniteit heeft ze menig sporter aangemoedigd tijdens het leveren van een topprestatie. Maar met hetzelfde enthousiasme stimuleerde ze kinderen om te gaan bewegen of gaf ze een spreekbeurt voor de klas.

In november 1998 trad Terpstra toe tot het bestuur van NOC*NSF. Vijf jaar later werd ze gekozen tot voorzitter van de sportkoepel. In een verkiezing versloeg ze medekandidaat Ruud Vreeman, die officieel was voorgedragen. Tijdens haar voorzitterschap, dat duurde tot 2010, maakte ze zich sterk voor de organisatorische integratie van de gehandicaptensport. Hierbij werden sporters met een beperking ondergebracht bij de reguliere sportbonden. In 2005 werd de Fanny Blankers-Koen Carrièreprijs in het leven geroepen, waarmee de grootste Nederlandse sporters worden geëerd.

Voordat Terpstra aantrad als voorzitter van de sportkoepel had ze er al een leven in dienst van de sport opzitten. In 1977 kwam ze namens de VVD in de Tweede Kamer. Als staatssecretaris van sport (1994-1998) op het ministerie van VWS stond ze aan de basis van het huidige nationale sportbeleid.

Erica Terpstra kreeg in 1998 de Olympic Order van het IOC. In juni 2010 ontving ze uit handen van toenmalig IOC-voorzitter Jacques Rogge de Women and Sports Award voor haar inzet van de deelname van vrouwen en meisjes in de sport en de ontwikkeling van de vrouwensport. Een maand eerder had ze de voorzittershamer van NOC*NSF doorgegeven aan André Bolhuis. Sinds 2011 presenteert Terpstra voor Omroep MAX het reisprogramma Erica op Reis.

Katoenen floddertje
Enigszins op de achtergrond is geraakt dat ze in haar jeugd een zwemster van wereldklasse was.

In 1956, als nauwelijks 13-jarige, zwom ze als lid van de Haagsche Zwem- en Poloclub haar eerste wedstrijd op de 100 m vrije slag. Het werd 'een roemloos debuut in mijn katoenen floddertje', zo schreef ze in 1965 in haar boekje 'Zwemmen om van te watertanden'. Ze bereikte de finish 'meer aangespoeld dan gezwommen' in 1 minuut 56 seconden - langzamer kan het haast niet'. Het belette haar niet thuis ernstig te verklaren dat ze aan de Olympische Spelen van 1960 in Rome zou meedoen. Optimisme zou ook haar latere handelsmerk worden.

In de aanloop naar Rome kreeg ze conditietraining van de gewezen waterpolo-international Frits Smol, die zich er hogelijk over verbaasde dat iemand met zo'n slechte conditie toch zo snel kon zwemmen. 'Ik kraakte van die conditietraining aan alle kanten', schreef ze er later over. Boven haar bed hing het aanplakbiljet van de Romeinse Spelen en daar zou en moest ze naar toe. En dat gebeurde ook. Op de 100 m vrije slag (het koninginnenummer van het zwemtoernooi met de zwaarste bezetting) bereikte ze de finale en werd daarin zesde.

Bron: Nationaal Archief

Onze zwemsters in 1962: v.l.n.r. Adri Lasterie, Fineke Winkel, Erica Terpstra, Toos Beumer. Bron: Nationaal Archief.

Sportief
Zelf vond ze dat ze die wedstrijd met 'te weinig lef' had gezwommen. Op de 4x100 m wisselslag nam ze de laatste 100 meter voor haar rekening. Drie ploegen streden om het brons: Duitsland, Nederland en Engeland. Terpstra meende stellig als derde te hebben aangetikt, maar de jury (er was nog geen elektronisch finishregistratie) gaf de voorkeur aan Duitsland. Een teleurstelling, maar die haar wel deed besluiten om nog vier jaar door te gaan en het in Tokio beter te doen.

Bij de EK in 1962 in het Oostduitse Leipzig werd ze vierde op de 100 m vrije slag en maakte ze deel uit van de winnende 4x100 m vrije slag ploeg. Maar aan dat laatste ging wel het een en ander vooraf. Toen Nederland het zware duel met Engeland had gewonnen, sprong Terpstra van blijdschap in het water, nog voor vele andere ploegen waren gefinisht. Daarop behoort diskwalificatie te staan. "Ik zal nooit vergeten hoe grenzeloos ik mezelf verwenste, toen we van die diskwalificatiekans hoorden en hoe lang het duurde voordat de jury uitspraak deed". Op aandringen van de zeer sportieve Engelse ploeg bleef de uitslag zoals die was.

De Olympische Spelen van Tokio zouden het hoogtepunt en tevens het slot van haar mooie zwemcarrière worden. Ze werd de vierde zwemster van de wereld op de 100 m vrije slag en maakte deel uit van de estafetteploegen 4x100 m vrije slag en 4x100 m wisselslag die op respectievelijk brons en zilver beslag legden. 

Bronnen:

  • NOC*NSF
  • Sportportretten Sport.nl
  • Olympisch Oranje, Ton Bijkerk (Tirion Sport, 2008)

Erica Terpstra eert Hein Verbruggen, Algemene Vergadering NOC*NSF 2008.