Willy Rösingh en Teun Beijnen

Willy Rösingh en Teun Beijnen

1924, Olympische Spelen VII te Parijs, Frankrijk
Sport: roeien
Onderdeel: twee zonder stuurman
Prestatie: goud

Willy Rösingh en Teun Beijnen wonnen in 1924 de olympische titel. Dat er maar één tegenstander was, deed aan de pret niet af.

Op 15 juni 1924 probeerden Willy Rösingh en Teun Beijnen van de Delftse roeivereniging Laga zich te plaatsen voor de Olympische Spelen in Parijs. Er kwamen maar weinig roeiers opdagen, waarschijnlijk omdat de wedstrijden tijdens de tentamenperiode waren - niet handig voor een studentensport. Het Delftse duo slaagt er in ieder geval in zich te kwalificeren voor de 'stuurmanloze twee', zoals ze dat in die tijd zeiden.

Aangekomen in Parijs bleek de geringe belangstelling ook internationaal te zijn, want naast Nederland leverden alleen Frankrijk en Engeland een ploeg. Het zorgde voor de geruststellende zekerheid dat de drie deelnemers allemaal een olympische medaille naar huis zouden gaan. Het ging alleen nog even om de kleur.

Zinloze voorronde
Na een zinloze voorronde was op 17 juli de finale, waarvoor de Engelsen zich wegens blessureleed terugtrokken. Toen waren er dus nog maar twee deelnemers over… Het maakte Rösingh en Beijnen extra fanatiek, omdat Nederland nog geen gouden medaille op die Spelen had gewonnen, en omdat er Nederlandse supporters op de tribunes zaten. Die moesten toch ook tevreden worden gesteld na zo’n lange reis.

De spanning onder die supporters liep hoog op, net als bij de aanwezige journalist: ‘De op de tribune achtergebleven Hollanders – wij ook, waarom zouden wij achterblijven? – gaan staan.’ De twee roeiers werden toegeschreeuwd met de kenmerkende strijdkreet voor leden van Laga: “Hup Lagaai!” Het hielp: ‘De onzen loopen nog iets meer uit zoodat op 15 m. het verschil een volle lengte is.’

Lauwerkrans met de Laga-kleuren
Alles draaide om de laatste meters: ‘Boord aan boord liggen de ploegen. Geweldig spurt de Fransche ploeg, om nog te trachten voor te komen. Een oogenblik dreigt ons de overwinning nog te ontgaan, maar dan zetten de brave Lagamannen de eindspurt in en loopen net nog ¾ lengte vóór de Franschen over de eindstreep. Hoezee! Hoezee!’

De Hollanders waren door het dolle: ‘Bravo Laga, ferm gedaan, Rösing en Beynen. Gij bracht ons kleine dierbare land den eersten prijs van deze Olympiade. Den eersten!’ Trots zagen de aanwezigen de nationale driekleur klimmen in de mast.

Twee maanden later was de feestelijke huldiging in Delft. De kampioenen werden ‘enthousiast welkom geheeten door een groote menigte corpsleden’, die zin hadden in een feestje. ‘Onder luiden jubel werden beiden bekranst met een lauwerkrans met de Laga-kleuren. Spontaan werd door allen het Laga-lied gezongen.’

Bronnen:
• www.sportgeschiedenis.nl
• Foto: Nationale Sportfiguren, H.A. Meerum Terwogt (G.W. den Boer, 1933)