Het begint bij plezier

Het begint bij plezier

Sport doet iets met je! Het maakt je gelukkiger, fitter, blijer, weerbaarder en vrijer.

Maar sport geeft vooral plezier. Want is dat niet waarom we (ooit) zijn gaan sporten? Gewoon omdat het leuk is om tegen een bal te trappen of te slaan, hard te lopen, te fietsen, te zwemmen of wat dan ook? Het is leuk, je leert ervan en je doet er vriendschappen mee op.

Ook sprintster Dafne Schippers, zwemster Ranomi Kromowidjojo, handbiker en triatleet Jetze Platvoormalig rolstoeltennisster Esther Vergeerzeilster Marit Bouwmeester en snowboarder Chris Vos, de olympische en paralympische ambassadeurs van Toyota, zijn ooit een keer met sport begonnen. Gewoon, omdat ze er heel veel zin hadden. Terugblikkend op die tijd zeggen ze eigenlijk allemaal hetzelfde. Sporten was toen vooral erg leuk en aan hun eerste club, daar waar ze dat plezier voor het eerst beleefden, koesteren ze dierbare herinneringen.

Toyota haalde samen met haar ambassadeurs herinneringen op aan de eerste ervaringen met hun sport en aan hun allereerste club. Je leest ze hier. 

Dafne Schippers: Meteen verkocht

Dafne Schippers

Olympisch atlete Dafne Schippers: “Toen ik negen was, begon ik bij atletiekvereniging Hellas in Utrecht. Ik had vanaf het begin enorm veel plezier in atletiek en was dankzij de speelse manier van trainen en de enthousiaste coaches meteen verkocht aan de sport. Toen ik bij mijn eerste wedstrijd gelijk een medaille won, werkte dat voor mij heel motiverend. Ik had nog nooit aan een wedstrijd meegedaan, ik had zelfs nog nooit getraind, en toen werd ik tweede! Daar is mijn liefde voor atletiek ontstaan.”

“Ik denk dat dat het belangrijkste blijft: dat je vooral plezier hebt in wat je doet. Omdat je voor NK's altijd uit blijft komen voor een club ben ik nog steeds lid van Hellas, maar op 15-jarige leeftijd was het voor mij tijd om door te groeien. Toen ging ik naar Papendal, waar ik onderdeel werd van de nationale (talent)selectie en professionele begeleiding kreeg.”

Ik denk dat dat het belangrijkste blijft: dat je vooral plezier hebt in wat je doet.

Ranomi Kromowidjojo: Plezier is nooit verdwenen

Ranomi Kromowidjojo

Olympisch zwemster Ranomi Kromowidjojo: “Ik ben met recreatief zwemmen begonnen bij Dukdalf in het Groningse Bedum. Dat was een kleine, lokale zwemclub, dicht bij mijn geboorteplaats Sauwerd. Ik was toen vier jaar oud en al een echt waterratje! Mijn A-diploma behaalde ik nog eerder, bij een particuliere zweminstelling omdat je minimaal vier jaar oud moest zijn om dat bij een reguliere zwemclub te mogen doen. Mijn andere diploma’s heb ik er wel gehaald. Ik weet nog dat mijn moeder op zaterdagochtend ontbijt maakte waarna ik al vroeg in het water lag. Eenmaal thuis keek ik naar Telekids (een kindertelevisieprogramma dat in de jaren 90 populair is, red.). Zwemmen vond ik toen vooral leuk; het moest vooral niet te serieus worden, want dan mag je niks meer, dacht ik toen."

"Ik was een echte zwemfan en bewaarde krantenknipsels van mijn idolen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Vanaf mijn achtste ben ik ook bij zwemvereniging TriVia in Groningen gaan zwemmen, maar dan echt wedstrijdzwemmen. Hier zwom ik zo’n drie, vier keer per week. Dat ik toen niks meer mocht, bleek toch niet te kloppen. Het plezier dat ik aan zwemmen beleef, is nooit verdwenen en is altijd de basis geweest. Anders had ik het nooit volgehouden.”

Het plezier dat ik aan zwemmen beleef, is nooit verdwenen en is altijd de basis geweest.

Jetze Plat: Kijken naar wat wél kan

Jetze Plat

Handbiker en triatleet Jetze Plat: “Als kind zwom ik bij zwemvereniging De Amstel, toen gevestigd in Uithoorn, maar inmiddels in Mijdrecht. Ik was zeven à acht jaar oud en ben er tot mijn achttiende of negentiende gebleven. Ik heb er ook waterpolo gespeeld.”

“Een vereniging voor handbiken was er niet. Veel zwemverenigingen vonden het maar wat spannend om iemand met een lichamelijke beperking te ontvangen, maar gelukkig stonden ze er bij De Amstel voor open en keken ze er vooral naar wat wél kon. Ik deed geen wedstrijden, maar draaide goed mee met de trainingen, zo’n twee, drie keer in de week.”

Gelukkig stonden ze er bij De Amstel voor open en keken ze er vooral naar wat wél kon.

Esther Vergeer: Enorme dosis zelfvertrouwen

Esther Vergeer

Voormalig paralympisch tennisster Esther Vergeer: “Rond mijn twaalfde begon ik bij tennisvereniging Cromwijck in Woerden. In het revalidatiecentrum had ik geproefd van tennis, en een vriendin van mij zat bij die vereniging, dus een en een is twee. Wat ik me van die tijd herinner, is dat ik na een training echt uitgeput en met tintelende armen op de bank lag. In het begin had ik natuurlijk nog niet zoveel armspieren. Het betekende in elk geval dat mijn trainer mij destijds niet met fluwelen handschoentjes aanpakte. Dat vind ik nog steeds een prettig idee.”

“Toen ik merkte dat het toch soms ging om speciale vaardigheden die je met je rolstoel moet hebben om te kunnen tennissen, ben ik gaan rolstoeltennissen in Amsterdam. Daar kon ik meer leren. Desondanks denk ik met een heel positief gevoel terug aan die jaren bij Cromwijck. Ik moest nog wennen aan mijn handicap, dus het was een onzekere tijd: wie ben ik? En wat kan ik?”

“Dat ik bij de club het gevoel kreeg dat ik erbij hoorde en dat ik gewoon mee mocht doen, gaf me een enorme dosis zelfvertrouwen. Dat is heel belangrijk geweest in mijn ontwikkeling, en voor de rest van mijn leven.”

Dat ik bij de club het gevoel kreeg dat ik erbij hoorde en dat ik gewoon mee mocht doen, gaf me een enorme dosis zelfvertrouwen.