Q&A juridisch: toelichting juridische context, verklaring begrippen en definities

Vooraf:

Het wettelijk kader van de overheidsmaatregelen bij preventie en bestrijding van het coronavirus is de Wet publieke gezondheid (Wpg).

Deze wet regelt de bevoegdheden met betrekking tot de aanpak van een infectieziektecrisis. De minister voor Medische Zorg en Sport is belast met de leiding van de bestrijding van het coronavirus. Hij wordt daarbij volgens de Wpg bijgestaan door het RIVM. De minister heeft echter geen regelende bevoegdheid maar kan aan de voorzitters van de Veiligheidsregio’s opdragen hoe de bestrijding ter hand moet worden genomen. De voorzitter van de Veiligheidsregio is degene die zorg draagt voor de bestrijding van een infectieziekte zoals corona. De voorzitter is ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting bevoegd om bepaalde ingrijpende maatregelen te nemen.

Eén van de openbare orde-bevoegdheden die voorzitter van de Veiligheidsregio, ingeval van een ramp of crisis, kan uitvaardigen, is de bevoegdheid om noodverordeningen uit te vaardigen.

Alle Veiligheidsregio’s hebben ter bestrijding van het coronavirus een noodverordening uitgevaardigd. Een van de bepalingen in de noodverordening hier van belang betreft: “Verboden openstelling inrichtingen”:

Het is verboden om een van de volgende inrichtingen geopend te houden:

  1. eet- en drinkgelegenheden, tenzij uitsluitend sprake is van de verkoop, aflevering of verstrekking van eten of drinken voor gebruik anders dan ter plaatse (afhaalfunctie);
  2. sport- en fitnessgelegenheden;
  3. sauna’s;
  4. seksinrichtingen;
  5. coffeeshops, tenzij uitsluitend sprake is van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs voor gebruik anders dan ter plaatse (afhaalfunctie);
  6. inrichtingen waar speelautomaten als bedoeld in de Wet op de kansspelen kunnen worden bespeeld;
  7. inrichtingen waar op de uiterlijke verzorging gerichte contactberoepen worden uitgeoefend.

 Indien sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking voor gebruik anders dan ter plaatse als bedoeld in onderdeel a of e dient de duur van het verblijf zoveel mogelijk beperkt te worden.

Sport- en fitnessgelegenheden zijn in de noodverordening gedefinieerd als: sportaccommodaties en sportinrichtingen, waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden.

Uit het bovenstaande blijkt dat het verbod direct is gericht aan de exploitant (beheerder/uitbater) van de inrichtingen en/of gelegenheden.

Dit betekent dat de exploitant de accommodatie gesloten moet houden en de huurder niet het genot van deze inrichtingen heeft die zij had mogen verwachten.

De exploitant moet de accommodatie sluiten. Is dat de verhuurder of de vereniging?

De vereniging is exploitant
Op basis van de overheidsmaatregel moet de exploitant de accommodatie sluiten. In sommige gevallen zijn exploitant en huurder dezelfde partij. Dit geldt bijvoorbeeld voor veel voetbal- en hockeyverenigingen. Zij huren de accommodatie bijvoorbeeld van de gemeente en exploiteren de accommodatie zelf. De last van de overheid tot sluiting is dan opgelegd aan de vereniging.

De huurder (voetbal-/hockeyvereniging) mag op last van de overheid geen gebruik maken van de accommodatie. De verhuurder komt hier de huurovereenkomst wel na want de verhuurder (gemeente) heeft wel de beschikking (het huurgenot) van het huurobject aan de huurder (vereniging) gegeven. De huurder heeft geen juridische argumenten voor aanpassing van de huurovereenkomst.

De verhuurder/beheerder is exploitant
Andere verenigingen, bijvoorbeeld badminton-, tafeltennis en gymnastiekverenigingen, huren vaak uren in een grote sportzaal, die ook voor andere sporten (zaalvoetbal, handbal, basketbal e.d.) wordt gebruikt. In dat geval is het de exploitant van de sporthal die de accommodatie moet sluiten.

De verhuurder kan op last van de overheid het gehuurde niet ter beschikking stellen. Hier komt de verhuurder de huurovereenkomst niet na en kan de huurder juridische stappen nemen. Of deze stappen zinvol zijn, blijkt uit de toelichting op de specifiekere vragen.

 Sluiting op last van de overheid (dwingend) of op advies van de overheid?
Door de noodverordening geldt er een verbod op het openhouden van de inrichting en/of gelegenheid. De zeggenschap ligt niet bij degene die het gebruik van de accommodatie moet leveren en er is sprake van overmacht aan de zijde van degene die niet kan leveren (de exploitant). 

Is er alleen een advies van de overheid om de accommodatie te sluiten dan wordt de beslissing overgelaten aan degene die van de accommodatie moet leveren. Kiest degene er zelf voor om de activiteiten geen doorgang te laten vinden dan moet aan de hand van alle omstandigheden bepaald worden of er sprake is van overmacht. 

Het is overigens nog maar zeer de vraag of degene die moet leveren een advies van de overheid zomaar naast zich neer kan leggen. Andere belangen dan de betreffende overeenkomst spelen zeker een rol.