Voor veelgestelde vragen over in- en uitsluiting in de sport kun je hier terecht. Mocht jouw vraag er niet tussen staan dan kun je het beste contact opnemen met ons supportteam. Contact met onze supportdesk kan via:  
WhatsApp: 06-82488768
E-mail: sportsupport@nocnsf.nl

Voor vragen, zorgen, meldingen en informatie over discriminatie, ander grensoverschrijdend gedrag en integriteitsonderwerpen kun je terecht bij het Centrum Veilige Sport van NOC*NSF.  
Telefoon: 0900-22 25 590

 

Q& A Wees Welkom in de sport

    • Meer diversiteit in een sportclub komt zelden vanzelf. Het vraagt om bestuurders die er in geloven, grenzen oprekken, risico’s nemen, experimenteren en durven om te gaan met verschillen. Uiteindelijk hebben alle leden, trainers/coaches en bestuurders binnen een sportclub hier een rol in te spelen. Dat betekent nogal wat. Je moet het echt zien zitten om meer open te worden als club. Waarom aan de slag met diversiteit en inclusie in de sport?

      • Het is 2020. De maatschappij is enorm divers en sportclubs kunnen niet achterblijven om sport voor iedereen aan te bieden.

      • Door een gedegen en gedragen inclusiviteit- en diversiteitsbeleid te voeren, ga je actief discriminatie tegen op je vereniging. Uiteindelijk draagt het bij aan de sociale veiligheid op de club en daarmee aan het sportplezier.

      • Het is sociaal en eerlijker. Talloze onderzoeken laten de sociale voordelen zien van samen sporten. Mensen voelen zich fitter, hebben een grotere sociale kring én de sportclub is een grote matchmaker van geliefden.

      • Omdat de vijver er groter door wordt. Clubs hebben problemen om genoeg vrijwilligers te vinden of hebben te maken met dalende ledentallen en inkomsten. Een inclusieve mindset helpt een club om fundamentele problemen aan te pakken.

      • Omdat we nu veel sporttalent mislopen en bij de best presterende landen in de wereld willen blijven horen.

      • Omdat de club er beter door wordt. Een club waar mensen met verschillende talenten, competities en achtergronden rondlopen, is beter in staat de juiste beslissingen te nemen. Een representatiever bestuur kan hier een rol in spelen. Van ‘What’s in it for me?’ naar ‘What’s in it for everyone?’.
    • Als je nog niet precies weet hoe je aan de slag moet gaan met de thema’s inclusie en diversiteit binnen jouw club, dan kan mogelijk het Sportakkoord iets betekenen voor jouw club. Neem contact op met de adviseur Lokale Sport om te kijken welke services en diensten er voor jouw club beschikbaar zijn. Vind de adviseur Lokale Sport in jouw gemeente via  deze link.

    • Wil je nieuwe sporters aan je club binden, dan kun je gebruikmaken van een stimuleringsbudget van NOC*NSF en de gezamenlijke sportbonden. Het gaat om het bereiken van mensen die vanwege leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie belemmeringen ervaren om te sporten en bewegen. Clubs kunnen maximaal € 850,- aanvragen. De aanvraag moet gericht zijn op:

      • het versterken en/of vernieuwen van sport- en beweegaanbod

      • het bereiken van de doelgroep (vraaggericht)

      • het verhogen van de sportdeelname aan het sport- en beweegaanbod

      Kijk ook op https://voorclubs.sport.nl/ledenwerving-behoud/ledenwerving

    • Er zijn meerdere wegen naar een meer diverse samenstelling van het bestuur. De tool bestuurlijke vernieuwing helpt je bij de keuze van de juiste weg die bij jouw club past.

    • We bedoelen hiermee dat écht iedereen mee kan doen aan sport. Sport is plezier voor iedereen. NOC*NSF staat voor gelijke rechten en kansen voor iedereen, op alle niveaus. Aandacht voor diversiteit is niet alleen van belang vanwege gelijke kansen, maar ook omdat het bijdraagt aan een gezonde cultuur en meer kwaliteit in de organisatie van sport. 

      In Nederland sporten ruim 9,4 miljoen Nederlanders wekelijks. Toch zien we dat een grote groep Nederlanders,, ondanks een toename in de sportdeelname, om allerlei redenen de weg naar de sportclub nog niet weet te vinden. Voor die groep waarvoor sporten nog niet vanzelfsprekend is, zeggen we: op weg naar sport voor iedereen.

    • Inclusie en inclusiviteit zijn steeds populairder wordende termen, maar de definities zijn erg diffuus. Ze worden te pas en te onpas gebruikt met als resultaat dat niemand precies weet waar het over gaat. Dat is op zich niet zo erg, daar waar iedereen eigen beelden en ideeën heeft bij de begrippen.

      Schadelijker is dat het verkeerd gebruiken van inclusie en inclusiviteit de ontwikkeling van een sportclub in de weg kan staan. Het gebruik van inclusie kan onnodige druk leggen op bestuurders die dagelijkse bezig zijn om de basis van de club op orde te krijgen en die week in week uit hun best doen voor de club. Zo kan het gebruik van inclusie reacties oproepen als: “Maar iedereen is toch welkom bij onze club?” of “Wij organiseren sport en iedereen is zelf vrij om mee te doen”.

      Het advies is dan ook terughoudend te zijn met het gebruik van deze begrippen, maar te kiezen voor het bewegen naar een (meer) open club. Om deze reden wordt qua terminologie vooral gekozen voor ‘sport voor iedereen’, ‘gastvrije sportclubs’ of ‘clubs die op weg zijn een open club te worden’. Er wordt ook niet verwacht dat iedere club dit doet, maar wel dat men zich bewust is van de keuzes die gemaakt kunnen worden.

    • Het eerste advies is om met elkaar het gesprek aan te gaan. Vraag het je leden. Wat een bestuurder ziet, is niet altijd hoe de leden het ervaren. In het High5 stappenplan voor preventie op je vereniging staat bij Stap 2 een audit voor verenigen over gedrag en cultuur over breder grensoverschrijdend gedrag. 

      Deze vragenlijst kun je invullen met je bestuur, maar hij kan ook gebruikt worden om je leden te vragen hoe zij de cultuur ervaren. Kunnen we elkaar aanspreken? Moeten mensen die 'anders' zijn zich gewoon maar aanpassen? Hoor ik wel eens beledigende opmerkingen? De vragenlijst is online beschikbaar en je kunt een pdf-versie downloaden. 

    • Het High5 stappenplan geeft in Stap 1 werkvormen om als bestuur het gesprek aan te gaan over preventie. Dat is een goede eerste stap om te nemen. Het zet de neuzen dezelfde kant op. Jullie kunnen het verschil maken op je vereniging. Maak een plan en deel het met je leden. Uiteindelijk moet het van iedereen worden. 

      In Stap 3 staan voorbeelden hoe je leden kunt activeren op het gebied van sociale veiligheid. 

       

    • Op de website van het Centrum Veilige Sport staat een e-learning met als thema discriminatie. Hierin word je meegenomen in wat je kunt doen, waar je informatie kunt ophalen en wat je hulplijnen binnen en buiten de sport zijn. Er staat onder andere een stappenplan in voor het signaleren en melden als er iets mis gaat.

      Je kunt voor overleg altijd contact opnemen met je sportbond en het Centrum Veilige Sport.

    • Je kunt op je vereniging contact leggen met de vertrouwenscontactpersoon. Deze kan naar je luisteren en aangeven hoe je verder kunt met je verhaal.

      Bij het bestuur van je vereniging kun je een gesprek aanvragen en formeel een klacht neerleggen. Dat kan ook bij je eigen sportbond. Vind je dat lastig binnen je vereniging of sportbond, dan kun je altijd contact opnemen met het Centrum Veilige Sport. Zij kunnen je uitleggen wat wel en niet mogelijk is. Ze luisteren naar je en denken met je mee. Het Centrum Veilige Sport heeft ook vertrouwenspersonen die je persoonlijk kunnen begeleiden om een oplossing te vinden. Hier lees je meer over hoe dat in zijn werk gaat.

      Buiten de sport kun je altijd contact opnemen met de politie en met verschillende antidiscriminatievoorzieningen, zoals https://www.discriminatie.nl/#/home  

    • We kunnen in ieder geval je verhaal aanhoren en meedenken over een oplossing. Het is goed dat je ook zelf aangeeft wat er volgens jou anders zou moeten. In eerste instantie is een gesprek over wat jou overkomt, een goed begin.

      Soms is een gesprek al niet meer mogelijk of moet er anders worden opgetreden. De sport heeft een eigen tuchtrechtsysteem. via de sportbonden. Kom je er op je verenging niet uit, dan kun je van dat tuchtrechtsysteem gebruikmaken. Je verengingsbestuurder, sportbond of Centrum Veilige Sport kunnen je adviseren wat de mogelijkheden zijn.

      We hebben als sport ook in hulpverlening een groot netwerk waarmee we je kunnen ondersteunen. Het Centrum Veilige Sport heeft ook vertrouwenspersonen die je persoonlijk kunnen begeleiden bij het vinden van een oplossing.

    • Je kunt aandacht geven aan en beleid maken op het gebied van sociale veiligheid en cultuur. Dit draagt bij aan een welkom klimaat. Laat sociale veiligheid ook een voortdurend thema zijn op je vereniging: maak afspraken aan het begin van het seizoen over hoe je het samen aanpakt en verwijs hiernaar in bijvoorbeeld een nieuwsbrief of op een poster. Zet het onderwerp standaard op je bestuursagenda en bij ledenvergaderingen. Neem iedereen serieus die zich onprettig voelt. De beleving van de persoon kan anders zijn dan die van jou.

      Neem het High5 stappenplan voor preventie op de verenging door en maak in Stap 2 en Stap 5 de audit vragenlijsten. Dan krijg je een goede indruk hoe het er bij jullie voor staat. Zorg ook dat je helder hebt wie er verantwoordelijk is voor het thema/ Stel bijvoorbeeld een bestuurder sociale veiligheid aan en zorg dat de vertrouwenscontactpersoon eenvoudig vindbaar is als er iets misgaat.

    • Discriminatie in de sport is grofweg in te delen in twee vormen: discriminatie die in de sport zelf zit en discriminatie die door cultuur en gedrag ontstaat.  

      Bij het eerste kun je denken aan het indelen van een mannenen een vrouwencompetitie of aan het verplicht dragen van korte rokjes als wedstrijdkleding. De vraag is wellicht of dit discrimineren is of differentiëren. Het neemt niet weg dat iemand zich hierdoor aangetast kan voelen in zijn of haar waardigheid. Bijvoorbeeld iemand die als transgender in transitie is: de persoon is al naar het andere geslacht over, terwijl de sport hem/haar wellicht in de 'oude' man/vrouw teamindeling wil houden.  

      Bij discriminatie door cultuur en gedrag kun je denken aan bijvoorbeeld uitsluiten om geaardheid of achtergrond. Dan gaat het dus niet om een eigenschap die niet in de sportindeling zou passen, maar om iets wat niet in de cultuur van de verenging zou passen, of wat als ongewenst wordt ervaren.  

      Voor beide vormen moeten we sensitief zijn. Ga het gesprek aan. Om de vraag op te lossen, maar vooral ook om te bepalen hoe we hier gezamenlijk over denken. Voordat er een probleem ontstaat.