Op topsportniveau spelen andere belangen en gelden andere (soms internationale) regels dan in de breedtesport. Sporters moeten zich houden aan de reglement van de toernooi/competitie-organisatie. Als dat internationale evenementen zijn, hebben we daar meestal weinig invloed op. Maar als het gaat om topsport in Nederland, welke keuzes maak je dan als bond? En tot welk niveau vindt je dat die regels gelden? U vindt in dit gedeelte richtlijnen en tips gericht op (sub)topsport.

Internationale regelgeving

Discriminatie is in Nederland bij wet verboden. Zo ook het uitsluiten van transgenders van sportdeelname. De rechten van transgenders worden in Nederland beschermd door twee wetten in het bijzonder:

  • De ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’ (AWGB): deze wet bepaalt dat discriminatie in Nederland verboden is. De discriminatiegrond geslacht moet transgenders bescherming bieden tegen discriminatie vanwege hun genderidentiteit - genderexpressie.
  • Transgenderwet: ‘wijziging van geslacht in de akte van geboorte’: deze wet bepaalt dat transgenders, met een minimum leeftijd van 16 jaar en zonder het ondergaan van medische ingrepen, hun geslacht in identiteitsdocumenten kunnen wijzigen in het gewenste geslacht. Deze mogelijkheid in de wet helpt tevens om de privacy van transgenders te beschermen. Zij staan dan overal geregistreerd in het gewenste geslacht en hoeven hierdoor niet meer uit te leggen dat zij een ander geboortegeslacht hadden.

Sport biedt mogelijkheid tot uitzonderingen

Toch biedt sport in sommige gevallen de mogelijkheid tot het maken van uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn te vinden in de AWGB en worden duidelijk toegelicht in een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens. Volgens het College dient discriminatie te allen tijde voorkomen te worden. Het toepassen van de uitzonderingsregels is daarom alleen toegestaan als deze relevant is voor het creëren van een gelijkwaardige positie tussen transgender sporters en andere sporters.

Volgens de AWGB is het weigeren van transgender sporters in de door hun gewenste sekse alleen mogelijk als:

  • Er onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen, omdat er sprake is van een relevant verschil tussen de gemiddelde prestaties van mannen en vrouwen.
  • Er internationale afspraken of regels gelden die eisen stellen aan het geslacht van mannelijk en vrouwelijke sporters.

Benadrukking belang van acceptatie door sportorganisaties 

Deze wetten benadrukken nog eens het belang voor sportorganisaties om transgenders te accepteren in het door hen gewenste gender! Bij het College is vooralsnog een enkel geval bekend waarbij een transgender een klacht heeft ingediend omdat de sportclub geen poging deed sportdeelname in het gewenste geslacht mogelijk te maken. Eveneens heeft het College in 2014 een uitspraak gedaan over een voorval waarbij een transvrouw door een sportschool toegang tot de dameskleedkamer en sauna werd geweigerd.

Ten aanzien van breedtesport stelt NOC*NSF voor de genderidentiteit van de sporter als uitgangspunt te nemen. Los van het geboortegeslacht en paspoortregistratie. De sporter moet dus kunnen sporten in het door hem/haar gewenste geslacht en mag niet uitgesloten worden van het gebruik van kleed- en douchefaciliteiten. Uiteraard allemaal in overleg met de sporter (en/of ouders).

Deelname aan internationale evenementen

Voor sportdeelname aan topsport en internationale sportevenementen zijn sporters veelal gebonden aan internationale regelgeving. Internationale regelgeving biedt een handvat voor het ontwikkelen van nationaal beleid. Op het grensvlak tussen internationaal topniveau en top-/subtopniveau in eigen land ligt ergens een grens. Bij nationaal beleid moet rekening gehouden worden met de in Nederland geldende wetten, zoals de ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’. Zie voor meer informatie Nationaal topsportbeleid.

De sportdeelname van transgenders is een complexe aangelegenheid. Zo zijn de grenzen tussen topsport en breedtesport niet altijd duidelijk en verschilt de situatie per persoon en sport. Dit maakt het hanteren van specifiek toepasbaar beleid lastig. De in dit advies beschreven richtlijnen voor bonden en verenigingen geven richting aan een mogelijk handelswijze.

Uitsluiting in overleg met sporter

Als de bond wil besluiten een transgendersporter uit te sluiten, gebeurt dit bij voorkeur in goed overleg met de sporter zelf. Bescherming van de privacy en respect voor de situatie van de transgender staan hierbij voorop. Het is aan de sporter zelf om eventueel de reden van weigering en zijn/haar eigenlijke geboortegeslacht naar buiten te brengen.

Als sportbonden transgenders deelname aan de gewenste competitie weigeren, moeten zij aan kunnen tonen dat zij zich beroepen op valide redenen. Bij twijfel kunnen zij, advies inwinnen bij het Vertrouwenspunt Sport, bij juridische en/of medische specialisten.

Nationaal topsportbeleid

Internationale regelgeving biedt een handvat voor het ontwikkelen van nationaal beleid. Op het grensvlak tussen internationaal topniveau en nationaal top-/subtopniveau ligt ergens een grens. Die grens moet de bond zelf bepalen. Een bond kan ervoor kiezen om op het gebied van topsport in eigen land het beleid van de betreffende internationale federatie toe te passen (en/of het IOC-beleid). NOC*NSF adviseert bonden wel om goed naar deze reglementen te kijken, maar ze op nationaal topniveau niet zomaar klakkeloos 1-op-1 over te nemen, maar kritisch te bekijken of deze regels ook nationaal zo toegepast dienen te worden. Ook omdat ze in strijd kunnen zijn met de ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’.

Een aantal overwegingen is hierbij van belang:

Specifieke aard van de sport en situatie van de transgender sporter

  • Afhankelijk van de sport zal in meer of mindere (tot geen) mate sprake zijn van een relevant fysiek verschil tussen de gemiddelde prestaties van mannen en vrouw. Het gender beleid van sportorganisaties dient hierop aangepast te worden.
  • Het geboortegeslacht en de leeftijd waarop de transgender begon met zijn/haar transitie zijn van invloed op de mogelijke fysieke en sociale voordelen van het geboortegeslacht. Jongeren die vanaf hun 12e jaar met behulp van puberteitsremmers werken aan hun fysieke transitie, ontwikkelen weinig tot geen fysiek voordeel ten opzichte van sporters die uitkomen in de gewenste categorie. Ook dient rekening gehouden te worden met de verschillen tussen het transitieproces van transmannen en transvrouwen.

Algemene overwegingen 

  • De regelgeving van internationale organisaties als het IOC en het IAAF zijn niet feilloos en kunnen vanuit verschillende kanten worden bekritiseerd. Zo is de verplichte geslachts- veranderende operatie, een vereiste voor deelname in het beleid van het IOC, niet altijd noodzakelijk om ‘competitief voordeel’ weg te nemen. Hoewel het IOC deze vereiste hanteert, zijn sportbonden niet verplicht om deze eis over te nemen.
  • Sportdeelname van transvrouwen op topniveau kan bezwaren hebben wanneer er sprake zou zijn van een fysiek voordeel ten opzichte van als vrouw geboren sporters. Men kan zich echter afvragen of er niet altijd sprake is van fysiek aangeboren verschillen tussen atleten. Denk aan lengte, longinhoud of postuur maar ook weerstand tegen vermoeidheid of hormooncondities die resulteren in grotere handen en voeten .
  • Belangrijk is dat sportbonden nagaan waar de gedachtegang eerlijkheid/oneerlijk fysiek voordeel vandaan komt, of deze van toepassing is op de eigen sport en wat hiervan de consequenties zijn.
  • Voorbeeld: volleybalster Tiffany Abreu is sterspeelster van een mannenteam dat recentelijk promoveerde naar de topdivisie. Tiffanny zit in haar transitiefase en wil als vrouw door het leven gaan. Teamgenoten accepteren Tiffany, wat laat zien dat ook binnen topsport ruimte is voor de deelname van transgenders.