Topsport en vaccinatie tegen Covid-19

Het Europees Geneesmiddelenbureau EMA heeft in de strijd tegen het coronavirus Covid-19 inmiddels het Pfizer/BioNTech- en het Modernavaccin goedgekeurd. De komende tijd kunnen hiermee in ons land de meest kwetsbare mensen en het zorgpersoneel gevaccineerd worden.

Voor de rest van de Nederlandse bevolking is het wachten op bijvoorbeeld de goedkeuring van het vaccin van AstraZeneca, waarvan de meeste doses zijn ingekocht. Nederland hoopt in maart over dit vaccin te kunnen beschikken, zodat voor het eind van het tweede kwartaal een hele grote groep van onze bevolking is gevaccineerd.

De medische staf van NOC*NSF adviseert dat de sporters en begeleiders van TeamNL in de zomer gevaccineerd naar de Olympische en Paralympische Spelen van Tokio afreizen. Het is echter niet de bedoeling hierbij aanspraak te maken op de vaccins die gereserveerd zijn voor het zorgpersoneel en de kwetsbaren in onze samenleving. Zodra dat kan is het belangrijk dat ook topsporters hun beroep kunnen uitoefenen en de sportdoelstellingen waar zij jaren aan hebben gewerkt, kunnen verwezenlijken. We stemmen daarom de dilemma’s die kunnen ontstaan (zie de faq hieronder) continu af met het ministerie van VWS  en met bijvoorbeeld het Internationaal Olympisch Comité. Voorlopig zullen we waar het de sporters betreft een beroep blijven doen op hun gedrag, op de naleving van de protocollen, op de noodzaak van het regelmatig laten testen etc.

FAQ

Er komen momenteel veel vragen op ons af over het vaccineren van topsporters. We hebben in een FAQ hieronder enkele veel gestelde vragen van een antwoord voorzien:

    • IOC-voorzitter Thomas Bach zei in november tijdens een vierdaags bezoek aan Japan: “We gaan sporters wel aanmoedigen om, waar mogelijk, een vaccin te krijgen, omdat het beter is voor hun eigen gezondheid. En het zou een teken van solidariteit zijn richting andere sporters en ook richting het Japanse volk.”

      Gastland Japan zou buitenlandse olympiërs en paralympiërs wél kunnen verplichten zichzelf te laten vaccineren, om haar eigen bevolking te beschermen tegen uitbraken. Zo’n maatregel geeft weer nieuwe vraagstukken. Dit kan bijvoorbeeld problemen opleveren voor sporters uit landen met een gebrekkige gezondheidszorg, mogelijk is het vaccin daar pas in 2023 of 2024 ter beschikking.

      Tot nu is Japan niet over gegaan op een dergelijke verplichting en dit lijkt ook niet waarschijnlijk te worden.    

    • Sporters uit landen met vergevorderde vaccinatieprogramma’s hebben mogelijk een voordeel. Zij hebben in de voorbereiding naar ‘Tokio’ waarschijnlijk minder last van het virus. Ook kan er een 'uneven playing field' (ongelijk speelveld) ontstaan. Bij bijvoorbeeld olympisch kwalificatietoernooien zouden sommige teams wel en andere niet gevaccineerd kunnen zijn. De gevaccineerde teams zullen zich niet snel uit het toernooi hoeven terugtrekken als twee of meer teamleden besmet blijken te zijn - een van de voorwaarden voor deelname.

    • Die zekerheid bestaat niet als het om het vaccin gaat. Echter, het ligt totaal niet voor de hand dat de prestatie op de lange termijn negatief kan worden beïnvloed na vaccinatie. Wat wel reëel is, is dat bij een besmetting met COVID-19 er trainingsverlies optreedt door meerdere dagen niet lekker zijn.

      Weliswaar raakte tot nu toe slechts een beperkt aantal Nederlandse topsporters besmet, maar degenen die besmet raakten, kampten soms  lang met  restverschijnselen.

    • Een aanzienlijk deel van de sporters zal een aantal dagen last hebben van de vaccinatie, welke er ook gegeven wordt. Dat kan bestaan uit pijn in de arm waar geprikt wordt (daarom nooit in je dominante arm laten zetten!), koorts, hoofdpijn, spierpijn en algemeen ziektegevoel. Na enkele dagen last zijn de bijwerkingen weer verdwenen, maar houd er rekening mee dat dit af en toe langer kan duren. 

    • De medische staf van NOC*NSF adviseert dat de sporters en begeleiders van TeamNL in de zomer gevaccineerd naar de Olympische en Paralympische Spelen van Tokio afreizen. Het is echter niet de bedoeling hierbij aanspraak te maken op de vaccins die gereserveerd zijn voor het zorgpersoneel en de kwetsbaren van onze samenleving. Zodra dat kan is het belangrijk dat ook topsporters hun beroep kunnen uitoefenen en de sportdoelstellingen waar zij jaren aan hebben gewerkt, kunnen verwezenlijken. We stemmen daarom de dilemma’s die kunnen ontstaan (zie de faq hieronder) continu af met het ministerie van VWS  en met bijvoorbeeld het Internationaal Olympisch Comité. Voorlopig zullen we waar het de sporters betreft een beroep blijven doen op hun gedrag, op de naleving van de protocollen, op de noodzaak van het regelmatig laten testen etc.

    • De ontwikkeling van de pandemie in de komende maanden is bepalend voor de wijze waarop de Spelen plaats zullen vinden. Het is nu nog te vroeg om aan te geven wat de effecten van het uitrollen van de vaccinatieprogramma’s in de wereld zal zijn.