laatste update 1 april 2020

Deze Q&A is in opdracht van NOC*NSF opgesteld door DAS voor de Sport. Hij geeft antwoord op de meest gestelde vragen rondom de door de overheid afgekondigde noodmaatregel ter bestrijding van het coronavirus. Deze Q&A wordt aangevuld met nieuwe veel gestelde vragen en antwoorden zodat hij steeds completer wordt.

Aan deze Q&A kunt u geen rechten ontlenen

De meeste vragen zijn ruim geformuleerd zodat de situatie voor veel bonden/verenigingen herkenbaar is. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is tot een specifiek, juridisch en praktisch toepasbaar antwoord te komen.

Daarnaast zijn bij veel vragen de antwoorden afhankelijk van de overeenkomsten die in die situaties overeengekomen zijn. De antwoorden kunnen dan alleen richting geven en dan nog is het mogelijk dat de omstandigheden van het specifieke geval een andere oplossing geven. Raadpleeg bij twijfel of bijzonderheden dan ook altijd een jurist die verbonden is aan de eigen bond/vereniging/ WOS of een jurist van DAS voor de Sport.


Q&A Juridisch: huur sportaccommodaties

Wat als de horeca huurder van het clubhuis vraagt om vrijstelling van twee maanden huur? Veel van onze verenigingen hebben hun clubhuis aan een horeca ondernemer verhuurd. Veel horeca ondernemers doen nu het verzoek tot vrijstelling van twee maanden huur. Zij doen dit met een modelbrief van Horeca Nederland 

    • Antwoord: 
      Nee, de vereniging (verhuurder) hoeft niet in te stemmen met de huurprijsvermindering. Als de huurprijsvermindering niet in de huurovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden is uitgesloten dan kan de horecaondernemer wel huurprijsvermindering vragen bij de rechter.

      Toelichting: 
      Gebrek- huurprijsvermindering
      Een huurder kan huurprijsvermindering als er sprake is van een gebrek aan de accommodatie. Een gebrek is een situatie waarin het gehuurde niet (geheel) kan worden gebruikt om een reden die niet toerekenbaar is aan de huurder. De verhuurder is verplicht dit gebrek te verhelpen, tenzij het verhelpen onmogelijk is of niet van de verhuurder kan worden verlangd.

      De horeca ondernemer kan het clubhuis door de overheidsmaatregel niet gebruiken. Dit is een gebrek, de horecaondernemer kan huurprijsvermindering vorderen (7:207 BW), ten minste als huurprijsvermindering in de huurovereenkomst niet is uitgesloten.

      Voorwaarde voor het bestaan van een gebrek is dat het gebrek krachtens de in het verkeer geldende opvattingen niet voor rekening van de huurder komt. Toerekening aan verhuurder is voor de vaststelling van het gebrek niet van belang. Als wordt aangenomen dat het sluiten van het winkelcentrum krachtens de in het verkeer geldende opvattingen niet voor rekening van de huurder komt, kan huurder als gevolg van dit gebrek dus aanspraak maken op huurprijsvermindering. Of dat laatste in de huidige corona situatie het geval is, is overigens nog geen uitgemaakte zaak.

      Onvoorziene omstandigheden –overeenkomst ontbinden of wijzigen
      De horecaondernemer kan ook een beroep doen op ‘onvoorziene omstandigheden’. De rechter kan dan de gevolgen van een overeenkomst wijzigen (bijvoorbeeld huurprijs verminderen) of de overeenkomst (gedeeltelijk) ontbinden (6:258 BW).

      In de huidige corona situatie is er sprake van een dwingende overheidsmaatregel en zal een vordering tot huurprijsverlaging waarschijnlijk stranden op het feit dat het voor de verhuurder onmogelijk is het gebrek te verhelpen. Maar dit is een unieke situatie die over en weer om begrip vraagt. Rechters zullen zeker rekening houden met de flexibiliteit van verhuurders en huurders.

      Overleg samen en probeer tot een oplossing te komen. Het is goed om duidelijke afspraken met elkaar te maken. Zo kunnen er misschien afspraken gemaakt worden over het tijdelijk opschorten van de huurbetalingen of misschien een tijdelijke huurverlaging.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Ondernemers kunnen elkaar helpen door bijvoorbeeld de schade te delen, de huurprijs te verminderen, uitstel van betaling te verlenen of de gemiste betalingen in een lening om te zetten.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Zie hieronder voor de verschillende vragen en antwoorden.

    • Het antwoord hangt onder meer van het volgende af:

      • wie is exploitant van de accommodatie: de verhuurder of huurder (de vereniging)?
      • wat staat er in de overeenkomst en de wet?
      • is er sprake van overmacht?

      Afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen heeft de vereniging de volgende mogelijkheden:

      • huurprijsvermindering,
      • huur opschorten,
      • schade vorderen,
      • de huurovereenkomst ontbinden
      • de overeenkomst wijzigen.

      Hieronder leg ik dit puntsgewijs uit.

      De exploitant moet de accommodatie sluiten. Is dat de verhuurder of de vereniging?

      De vereniging is exploitant
      Op basis van de overheidsmaatregel moet de exploitant de accommodatie sluiten. In sommige gevallen zijn exploitant en huurder dezelfde partij. Dit geldt bijvoorbeeld voor veel voetbal- en hockeyverenigingen. Zij huren de accommodatie van bijvoorbeeld de gemeente en exploiteren de accommodatie zelf. De last van de overheid tot sluiting is dan opgelegd aan de vereniging.

      De huurder (voetbal-/hockeyvereniging) mag op last van de overheid geen gebruik maken van de accommodatie. De verhuurder komt hier de huurovereenkomst wel na want de verhuurder (gemeente) heeft wel de beschikking (het huurgenot) van het huurobject aan de huurder (vereniging) gegeven. De exploitant/huurder heeft geen juridische argumenten voor aanpassing van de huurovereenkomst.

      De verhuurder/beheerder is expoitant
      Andere verenigingen, bijvoorbeeld badminton-, tafeltennis en gymnastiekverenigingen, huren vaak uren in een grote sportzaal, die ook voor andere sporten (zaalvoetbal, handbal, basketbal e.d.) wordt gebruikt. In dat geval is het de exploitant/verhuurder van de sporthal die de accommodatie moet sluiten.

      De exploitant/verhuurder kan op last van de overheid het gehuurde niet aan de vereniging ter beschikking stellen. Hier komt de exploitant/verhuurder de huurovereenkomst niet na en kan de huurder (vereniging) juridische stappen nemen. De mogelijkheden zijn hieronder uitgewerkt.

      Let op! Onderstaande geldt als de verhuurder/beheerder exploitant is en de vereniging huurder.

      Wat staat er in de huurovereenkomst
      Omdat het (meestal) gaat om overeenkomsten tussen twee rechtspersonen is er een grote mate van contractsvrijheid. De mogelijkheden zijn dus afhankelijk van wat er is afgesproken tussen de vereniging en de verhuurder van de accommodatie.

      Vaak betreft het langlopende overeenkomsten (met bv de verplichting tot huur voor een langere periode) die niet op korte termijn opzegbaar zijn (nog af gezien van de vraag of de vereniging dat wil). Vaak is er een overmacht clausule opgenomen.

      Wel een overmacht clausule
      Vaak is in de (huur)overeenkomst een clausule opgenomen over overmacht. Daarin staat in welke omstandigheden sprake is van overmacht (dit kan afwijken van de wettelijke definitie), en wat de gevolgen zijn als dit aan de orde is (bijvoorbeeld optie tot ontbinding overeenkomst). Hoe specifieker de overmacht-gebeurtenis is omschreven, hoe groter de kans dat een beroep op overmacht slaagt.

      TIP: Kijk goed in de overeenkomst en de bijbehorende algemene voorwaarden.

      Geen overmacht clausule
      Is er in de overeenkomst niets over overmacht afgesproken dan geldt de wet (art. 6:75 BW). In dat geval is er sprake van overmacht indien:

      • Er sprake is van een verhindering dan wel een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst (in dit geval: de verhuurder kan niet meer leveren); en
      • de verhindering/tekortkoming is niet de schuld van de schuldenaar (lees: verhuurder) (in dit geval is op last van de overheid de accommodatie gesloten); en
      • de verhindering/tekortkoming komt niet voor risico van de schuldenaar (lees: verhuurder).


      Door de noodverordening geldt er een verbod op het openhouden van de inrichting en/of gelegenheid. De zeggenschap ligt niet bij de verhuurder/exploitant die het gebruik van de accommodatie moet leveren en er is sprake van overmacht aan de zijde van de verhuurder/exploitant.

      De verhuurder (exploitant) schiet tekort in de nakoming (kan de accommodatie niet beschikbaar stellen aan de huurder (vereniging). De huurder kan dus geen nakoming (verhuur zonder gebrek) vorderen. Door de overheidsmaatregel is gebruik van het gehuurde immers niet mogelijk.

      Wat zijn de mogelijkheden?
      Afhankelijk van de huurovereenkomst heeft de vereniging de volgende mogelijkheden:

      • a. huurprijsvermindering,
      • b. huur opschorten,
      • c. schade vorderen,
      • d. de huurovereenkomst ontbinden
      • e. de overeenkomst wijzigen.


      De mogelijkheden

      a. overmacht - huurprijsvermindering
      Of de huurder recht heeft op huurprijsvermindering is zeer afhankelijk van de specifieke situatie.

      De huurder (vereniging) kan op grond van art. 7:207 BW huurprijsvermindering vorderen, tenzij dat in de huurovereenkomst is uitgesloten en de tekortkoming (het gebrek) van de verhuurder volgens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de verhuurder komt. Dat laatste is helaas nog geen uitgemaakte zaak en zeer afhankelijk van de specifieke situatie. Dat laatste is helaas nog geen uitgemaakte zaak.

      Komt de huurder hier met de verhuurder in goed overleg niet uit, dan moet de huurder voor huurprijsvermindering wel naar de rechter.

      b. overmacht - huur opschorten
      De verhuurder voldoet niet aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst (de verenging krijgt bijvoorbeeld geen toegang tot de sportzaal). De huurder kan het gehuurde immers niet gebruiken. De huurder kan de betaling van de huurpenningen opschorten (uitstellen) zolang dit voortduurt.

      Een voorwaarde voor opschorting is, dat sprake is van een gebrek dat volgens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de verhuurder komt. Dat laatste is helaas nog geen uitgemaakte zaak.

      De huur opschorten is risico vol en het spreekt vanzelf dat de verstandhouding tussen huurder en verhuurder er bij opschorting zonder overleg niet op vooruit gaat.

      Let op: huur opschorting kan contractueel zijn uitgesloten!

      Mocht de huurprijsvermindering en/of opschorting in de huurovereenkomst uitgesloten zijn dan is het mogelijk dat de rechter een beroep door de verhuurder op deze bepalingen onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, onaanvaardbaar acht. Deze procedures zijn niet onmogelijk maar wel uiterst lastig.

      c. overmacht -  vordering tot schadevergoeding
      Momenteel zijn sportgelegenheden op last van de overheid (dwingend) gesloten. Omdat er sprake is van overmacht is er volgens de wet géén recht op schade vergoeding (7: 208 BW). Tenzij de verhuurder een voordeel heeft door de sluiting.

      Als de verhuurder door de sluiting een voordeel heeft dat hij anders niet had gehad(zoals een besparing of een verzekering die dekking verleent) dan heeft de vereniging wel recht op vergoeding van zijn schade tot ten hoogste het bedrag van dit voordeel (6:78 lid 1 BW).

      d. overmacht - ontbinden
      Ook kan de vereniging de huurovereenkomst definitief laten ontbinden (tenzij dat in de huurovereenkomst is uitgesloten). Maar het is sterk de vraag of een vereniging de (huur)overeenkomst zou willen beëindigen.

      e. onvoorziene omstandigheden - overeenkomst wijzigen
      Verenigingen kunnen in ieder geval een beroep doen op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW) en de overeenkomst voor de periode van sluiting gedeeltelijk laten ontbinden (en dus op deze wijze de huurprijs verminderen).

      Als partijen hierover in onderling overleg geen afspraken kunnen maken, moet de vereniging daarvoor naar de rechter.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Juridisch gezien is er niet veel verschil tussen de huur van een zwembad, sporthal (zaal) of sportveld.

      Wel kan een verschil optreden in wie deze inrichtingen exploiteert en wie zeggenschap heeft over sluiting van de inrichting. Een zwemvereniging kan bijvoorbeeld alleen badwater huren maar hoeft niet verantwoordelijk te zijn voor de exploitatie van het zwembad en verantwoordelijk te zijn voor het sluiten van het zwembad. Een vereniging echter kan ook exploitant van het veld, de hal of het bad zijn en de zeggenschap over sluiting hebben.

      De vereniging is exploitant: de vereniging heeft geen juridische argumenten voor aanpassing van de huurovereenkomst.

      De verhuurder/beheerder is exploitant: afhankelijk van de huurovereenkomst heeft de vereniging de volgende mogelijkheden:

      • huurprijsvermindering,
      • huur opschorten,
      • schade vorderen,
      • de huurovereenkomst ontbinden
      • de overeenkomst wijzigen.


      Zie voor een toelichting op deze mogelijkheden het antwoord op de vorige vraag (2a).

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Contractueel is er geen verschil tussen een private en een publieke verhuurder. Het is wel zo dat een publieke verhuurder naast de privaatrechtelijke regels ook rekening dient te houden met diverse publieke belangen en de beginselen van behoorlijk bestuur.

      Vanuit het oogpunt van het publieke belang zal een publieke verhuurder waarschijnlijk eerder geneigd zijn een regeling met de huurder te treffen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Het verschil tussen advies en last (verbod) kan juridisch een verschil maken.

      Last (dwingend)
      Op last van de overheid betekent dat er een verbod (zoals in de noodverordening) geldt op het openhouden van de inrichting en/of gelegenheid, de beslissing ligt dan niet bij de verhuurder.

      Sluiting naar aanleiding van een verbod zal niet aan de verhuurder toegerekend kunnen worden. Er is dan sprake van overmacht. Er is voor de vereniging dan geen recht op schadevergoeding (Zie het antwoord op vraag 2a).

      Advies (vrijblijvend?)
      Op advies van de overheid wordt de beslissing om tot sluiting over te gaan overgelaten aan de verhuurder van de inrichting en/of gelegenheid. Bij sluiting op advies kiest de verhuurder er zelf voor om de accommodatie te sluiten. Er moet dan bepaald worden of er sprake is van overmacht (zie hierboven).

      Is er geen sprake van overmacht dan kan de sluiting aan de verhuurder worden toegerekend. De vereniging kan dan een schadevergoeding eisen. Het is overigens nog maar zeer de vraag of een vereniging een advies van de overheid zomaar naast zich neer kan leggen. Andere belangen dan de huurovereenkomst zullen zeker ook een rol spelen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Moeten de kosten (voor schoonmaak) in de huurovereenkomst van het pand die nu niet geleverd kan en/of hoeft te worden (omdat er ook niemand op kantoor werkt) betaald worden?

      Zijn de activiteiten waarvoor kosten worden gemaakt / is schoonmaak niet nodig en heeft de verhuurder hiermee door de sluiting een voordeel dat hij anders niet had gehad dan heeft de vereniging wel recht op vergoeding van zijn schade tot ten hoogste het bedrag van dit voordeel (6:78 lid 1 BW).

      Een verhuurder zal betogen dat ook indien het pand niet gebruikt wordt, het pand toch schoongemaakt moet worden. Veel hangt af van de inhoud van de huurovereenkomst en de omstandigheden van het geval. Het is mogelijk dat een rechter bij een vordering tot huurprijsvermindering of onvoorziene omstandigheden de huurprijs vermindert maar de kosten voor de schoonmaak in stand laat.

      Ook hier geldt dat overleggen met de verhuurder wellicht leidt tot een oplossing die voor beide partijen aanvaardbaar is.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Als een vereniging haar activiteiten dit seizoen vervroegd moet stoppen, omdat accommodaties zijn gesloten. Kan hier een compensatie of iets dergelijks voor worden gekregen? Hoe kan de schade worden beperkt?

      Zoals onder de vorige vraag uitgelegd heeft een huurder geen recht op schade vergoeding (tenzij in (huur)overeenkomst wat anders is afgesproken).

      De vraag is vervolgens van wie de verenigingen compensatie zouden moeten krijgen. De bond?  De overheid? De leden? Er zijn tot nu toe geen regelingen bekend die een dergelijk recht toekennen.

      NOC*NSF heeft bekend gemaakt dat er een plan is voor het oprichten van een noodfonds, de invulling daarvan is nog niet bekend.

      Daarnaast liggen de mogelijkheden om schade te beperken voornamelijk in goed overleg met alle betrokken partijen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Hoe kan ik in algemene zin (dus los van de Corona situatie) mijn contract op korte termijn / tussentijds beëindigen? Welke verschillende beëindigingsmogelijkheden zijn er?

      Overeenkomsten kunnen (in het algemeen) beëindigd worden door:

      • Opzegging
      • Ontbinding op basis van een tekortkoming
      • Ontbinding op basis van Onvoorziene omstandigheden
      • Vernietiging bijvoorbeeld bij dwaling, bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden
      • Wederzijds goedvinden


      Of en hoe een contract op korte termijn of tussentijds beëindigd kan worden hangt af van het soort contract en de inhoud daarvan. Bijvoorbeeld:

      • Een arbeidsovereenkomst zal door een werkgever meestal niet op korte termijn of tussentijds te beëindigen zijn.
      • Een overeenkomst van opdracht zal meestal wel op korte termijn of tussentijds te beëindigen zijn (wel mogelijk verplichting tot schadevergoeding).
      • Een huurovereenkomst kan door ontbinding op korte termijn / tussentijds beëindigd worden. Er moet dan wel sprake zijn van een gebrek dat genot van de gehuurde inrichting geheel onmogelijk maakt.


      Tip
      : Raadpleeg bij twijfel over de bindingsmogelijkheden en altijd een jurist. Dit voorkomt problemen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Sommige verenigingen verhuren hun voorzieningen en/of materialen aan scholen of andere verenigingen en hebben daarmee een extra inkomstenstroom gerealiseerd. Deze verenigingen kunnen deze huurinkomsten in de regel niet missen.

      Door de maatregelen van de overheid in verband met Corona is het niet mogelijk voor de huurders (scholen, andere verenigingen ed.) om gebruik te maken van de faciliteiten of materialen. Hoe daarin nu op te treden?

      Antwoord:
      Er zijn twee situaties mogelijk:

      (1) de verhuurder (de vereniging) kan het genot van het gehuurde wel leveren maar de huurder (de school/andere vereniging) mag/kan niet afnemen of
      (2) de verhuurder mag/kan het genot van het gehuurde niet leveren.

      Situatie 1
      De verhuurder (de vereniging) kan het genot van het gehuurde wel leveren maar de huurder (de school/andere vereniging) mag/kan niet afnemen.
      In dit geval moet de huurder de huurpenningen gewoon betalen.

      Toelichting
      De verhuurder (vereniging) kan het genot leveren en dus is van haar kant geen sprake van wanprestatie, de huurder zal de huurpenningen gewoon moeten betalen.

      Situatie 2
      De verhuurder mag/kan het genot van het gehuurde niet leveren.
      In dit geval kan de huurder de huur opschorten (indien niet uitgesloten) en dan is het nog maar de vraag of de bewuste periode achteraf door huurder wordt betaald.

      Toelichting
      De verhuurder mag/kan niet leveren. De verhuurder kan zich beroepen op overmacht en is daardoor niet schadeplichtig. Maar omdat er sprake is van een gebrek kan de huurder de huur opschorten (indien niet uitgesloten) en dan is het nog maar de vraag of de bewuste periode achteraf door huurder wordt betaald. De verhuurder zal daarvoor de stap naar de rechter moeten maken om de openstaande huurtermijnen te innen. In die procedure kan de huurder een beroep doen op huurprijsvermindering (indien niet uitgesloten).

      Let op(!) in beide gevallen kan de inhoud van de huurovereenkomst tot een andere uitkomst leiden.

      Voor je juridische stappen zet is het verstandig eerst in overleg te treden over eventuele betalingsregelingen of andere oplossingen. Partijen zullen in de toekomst immers met elkaar verder moeten.


Q&A Juridisch: arbeid

    • Sommige medewerkers kunnen de contractueel afgesproken uren niet volledig halen door de combinatie met hun privé situatie (opvang kinderen nu de scholen en opvang dicht zijn). Als het langer duurt, staat dat niet meer in verhouding tot de andere medewerkers. Hoe moet een bond/vereniging daarmee omgaan?

      Het regelen van kinderopvang is, puur juridisch, een verantwoordelijkheid van medewerker. Kan de medewerker dit niet regelen en kan hij daardoor niet (thuis) werken dan komt dit risico in een normale situatie voor rekening van de medewerker en is er geen recht op loon (7:627 BW). Het is niet een oorzaak die in redelijkheid voor werkgever komt(7:628 BW), echter er is nu sprake van een uitzonderlijke situatie.

      Let op: Hoewel de opvang van de kinderen dus primair een zaak van de ouders is, vragen we werkgevers in deze uitzonderlijke situatie begrip te hebben voor de medewerkers die er niet in slagen om de opvang (volledig) te regelen. Van medewerkers mag verwacht worden dat zij er alles aan doen om opvang te regelen voor die kinderen waarvoor opvang noodzakelijk is, dat wil zeggen voor kinderen die op de crèche of basisschool zitten. Wellicht kunnen oplossingen gevonden worden door werk en opvang te combineren of te werken op verschoven tijden.

      Als er geen alternatieven voor opvang voorhanden zijn, ligt het voor de hand dat beide partners als zij beide werken de opvang zoveel mogelijk gelijk over elkaar verdelen. In voorkomende gevallen kan dit anders zijn, bijvoorbeeld als een van de partners in een van de vitale sectoren werkt en zoveel mogelijk moet blijven werken.

      Als medewerkers er niet in slagen om opvang te regelen voor alle dagen waarop zij normaliter werken, zijn er verschillende mogelijkheden. Hierbij kan ook meespelen in hoeverre de organisatie zelf getroffen is door de corona-crisis en wat de financiële mogelijkheden van de organisatie zijn. Er zal dus altijd sprake zijn van maatwerk en het is uiteindelijk aan werkgever en de medewerker om dit samen op te lossen. Enkele mogelijkheden:

      • De werkgever betaalt het loon volledig door, maar de medewerker neemt voor een gedeelte van het verzuim, vakantie- of leeftijdsdagen op. Ook compensatie voor overwerk zou gebruikt kunnen worden.
      • De werkgever betaalt, analoog aan het kortdurend zorgverlof, tijdens het verzuim 70% van het loon door. Dit zonder de beperking in duur van het kortdurend zorgverlof (2 weken).
      • Voor zover er in de organisatie sprake is van werktijdverkorting (wtv) wordt de werktijdverkorting en de tijd nodig voor opvang zo veel als mogelijk op elkaar afgestemd.


      Advies:
      bespreek de situatie met de medewerkers die het betreft. Ook zij zijn door deze situatie overvallen. Deze situatie vraagt om flexibiliteit, solidariteit en oog voor elkaars belangen. Deze belangen wegen soms zwaarder dan wettelijke bepalingen.

      Aanvulling: werkgever heeft onvoldoende werk
      Als er tijdelijk geen (voldoende) werk is ten gevolge van de corona-uitbraak dan houdt de medewerker in ieder geval recht op salaris. De medewerker houdt recht op loon, als hij de arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt (7:628 BW). Daarvan is sprake bij afname van het werk vanwege de corona-uitbraak. (Voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst kan hier schriftelijk van worden afgeweken).

      Ook deze situatie vraagt om flexibiliteit, solidariteit en oog voor elkaars belangen. Wellicht kan een medewerker tijdelijk werkzaamheden vervullen die niet tot zijn dagelijkse werkzaamheden behoren, maar die wel bijdragen aan het gezamenlijke belang. Ga daarover het gesprek aan.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Moeten medewerkers ook voor de afgesproken uren betaald worden als zij (ten gevolge van de maatregel van de overheid) geen les geven en dus geen urendeclaratie kunnen overleggen? Zie onder voor de antwoorden bij de vragen 7a en 7b.

    • Dit is afhankelijk van de vraag of het een Arbeidsovereenkomst met bepaald aantal uren: of een Arbeidsovereenkomst met onbepaald aantal uren betreft.

      Arbeidsovereenkomst met een bepaald aantal uren
      Als er een vast aantal uren per maand is afgesproken en de bond/vereniging (werkgever) kan het werk (door de corona-uitbraak) niet bieden dan moet het loon over de afgesproken uren worden uitbetaald. Ook als deze uren normaal gesproken pas achteraf worden betaald. Het maakt hierbij niet uit of het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd betreft.

      Toelichting
      De medewerker houdt recht op loon, als hij de arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt (7:628 BW). Daarvan is sprake bij afname van het werk vanwege de corona-uitbraak. (Voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst kan hier schriftelijk van worden afgeweken).

      Arbeidsovereenkomst met onbepaald aantal uren
      Als er geen vast aantal uren is afgesproken dan moet in principe per maand het gemiddeld aantal gewerkte uren in de voorafgaande drie maanden worden betaald. Voorwaarde is wel dat de arbeidsovereenkomst ten minste 3 maanden heeft geduurd (hier kan bij cao van afweken worden).

      Toelichting
      Als de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, wordt het aantal uren per maand vermoed gelijk te zijn aan het gemiddeld aantal uren per maand in de drie voorafgaande maanden (hier kan bij cao van afweken worden). Dit heet het rechtsvermoeden van arbeidsomvang. (7:610b BW)

      Let op: het een ´vermoeden´ betreft kan de werkgever dit weerleggen, bijvoorbeeld als er een incidentele piek in het werkaanbod was. Ook hierbij niet uit of het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd betreft.

      Voorbeeld:
      Stel deze situatie speelt in maart. Een werknemer heeft in december 100 uur gewerkt, in januari 140 uur en in februari 90 uur. Dan is er dus, in principe, een arbeidsomvang (met de daarbij behorende loondoorbetalingsverplichting) van 110 uur per maand ontstaan, ten minste als de medewerker daarvoor ook beschikbaar is. (Zie ook de vorige vraag).

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Worden de werkzaamheden niet verricht dan bestaat er meestal geen recht op doorbetaling.

      Dit is afhankelijk van wat er in de overeenkomst van opdracht is afgesproken. Meestal staat daarin dat de opdrachtnemer (ZZP-er) alleen aanspraak kan maken op betaling als de werkzaamheden zijn verricht. Worden de werkzaamheden niet verricht dan bestaat er dus geen recht op doorbetaling.

      Is in de overeenkomst van opdracht opgenomen dat er wel (een bepaalde periode) moet worden doorbetaald dan kan de overeenkomst waarschijnlijk worden opgezegd. Als in de overeenkomst geen regeling betreffende de opzegging door de opdrachtgever is opgenomen, dan kan de opdrachtgever de overeenkomst opzeggen ( 7:408 BW).

      Onder bepaalde omstandigheden kan de opdrachtgever wel schadeplichtig zijn omdat bijvoorbeeld de opdrachtnemer al kosten heeft gemaakt ter uitvoering van de overeenkomst.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Als Nederlands recht van toepassing is verklaard is, zijn werkgevers gebonden aan het naleven van een tijdelijke arbeidsovereenkomst met een medewerker die afkomstig is uit een niet EU land (inclusief loonverplichting en regels rond beëindiging van de arbeidsovereenkomst).

      Let op uitzondering: als de medewerker de arbeid gewoonlijk uitvoert in een ander land, dan kan, zelfs als Nederlands recht van toepassing is, toch het recht van dat andere land van toepassing zijn! Vraag dan advies aan een jurist!

      Is niet-Nederlands recht van toepassing dan zijn de mogelijkheden afhankelijk van die andere rechtsregels.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Als in-reis beperkingen worden opgeheven binnen de afgesproken periode waarbinnen de medewerker zijn werkzaamheden zou uitvoeren, maar de werkzaamheden niet kunnen aanvangen doordat trainingen en competities nog niet mogen starten, in hoeverre zijn werkgevers verplicht overeenkomsten na te leven? Check hieronder de antwoorden in de subvragen 9a en 9b.

    • Als Nederlands recht van toepassing is zijn werkgevers gebonden aan het naleven van de arbeidsovereenkomst (inclusief loonverplichting en regels rond beëindiging van de arbeidsovereenkomst). Ook als zij geen arbeid (lees: trainingen, competities) beschikbaar hebben.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Indien in de overeenkomst (voor dit soort situaties) geen regeling voor opzegging door de opdrachtgever is opgenomen, dan geldt de wet:

      Op grond van art. 7:408 lid 1 BW kan een opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst opzeggen. Onder bepaalde omstandigheden kan de opdrachtgever wel schadeplichtig zijn omdat bijvoorbeeld de opdrachtnemer al kosten heeft gemaakt voor de uitvoering van de overeenkomst.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Kunnen overeenkomsten eenzijdig worden geannuleerd zolang de medewerker nog niet is afgereisd en de overeengekomen contractperiode nog niet gestart is? 

      a. als er sprake is van een arbeidsovereenkomst
      Als Nederlands recht van toepassing is en geen proeftijd is overeengekomen, zijn werkgevers gebonden aan het naleven van de arbeidsovereenkomst en kan de overeenkomst in principe niet geannuleerd worden.

      Is er een proeftijd afgesproken dan kan de werkgever de arbeidsovereenkomsten in de proeftijd opzeggen.

      Is er een proeftijd afgesproken dan kan de werkgever in bepaalde omstandigheden aan de medewerker een schadevergoeding verschuldigd zijn als de werkgever de medewerker ontslaat vóór aanvang van de proeftijd.

      b. als er sprake is van een overeenkomst van opdracht?
      Als in de overeenkomst geen regeling betreffende de opzegging door de opdrachtgever is opgenomen, dan kan de opdrachtgever de overeenkomst opzeggen ( 7:408 BW).Onder bepaalde omstandigheden kan de opdrachtgever wel schadeplichtig zijn omdat bijvoorbeeld de opdrachtnemer al kosten heeft gemaakt ter uitvoering van de overeenkomst.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Sporters en staf van commerciële ploegen hebben meestal een arbeidsovereenkomst met de sportploeg BV (of met bijvoorbeeld een sportbond, vereniging of stichting). Deze arbeidsovereenkomst kan niet zo maar worden beëindigd en het loon moet gewoon worden betaald.

      Soms zijn sporters werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht. Deze overeenkomst kan ieder moment door de opdrachtgever worden opgezegd tenzij in de overeenkomst de beëindiging anders wordt geregeld.

      Het kan zijn dat de sportploeg BV in financiële moeilijkheden komt (bijvoorbeeld omdat sponsorgelden wegvallen) en daardoor de werknemers en opdrachtnemers niet meer kan betalen. Mogelijk dat voor de betaling van de werknemers een regeling aangesproken kan worden (zoals de NOW-regeling).

      In een uiterst geval kan de werkgever failliet gaan, de arbeidsovereenkomst wordt dan opgezegd door de curator.

      Toelichting
      Een topsporter is in de regel lid van de bond en doorgaans ook van een lokale vereniging. Vanuit die positie moet hij zich te houden aan de spelregels die door de vereniging en de bond worden bepaald en die uiteindelijk op mondiaal niveau worden opgesteld.

      Daarnaast heeft een topsporter ook een contractuele verhouding met een werkgever (in de vorm van een arbeidsovereenkomst) of opdrachtgever (overeenkomst van opdracht). Die contractuele verhouding met zijn werkgever/opdrachtgever komt tot stand in een context van sportreglementen waarin onder meer spel- en licentieregels van sportbonden hun toepassing vinden. Ook de werkgevers van de topsporters moeten rekening houden met de spel- en licentieregels van de (internationale)sportbonden.

      De impact op bijvoorbeeld Wielerploegen en Schaatsploegen
      In commerciële wielerploegen/schaatsploegen zijn de sporters in de regel werknemers met een arbeidsovereenkomst. Een enkele topsporter kan zich veroorloven als ZZP-er een overeenkomst van opdracht met de wielerploeg/schaatsploeg aan te gaan. Een sporter met een arbeidsovereenkomst kan niet zomaar worden ontslagen, daarvoor zijn strenge arbeidsrechtelijke regels voor.

      Het beëindigen van de overeenkomst met een sporter die een overeenkomst van opdracht heeft is eenvoudiger. De overeenkomst kan ieder moment door de opdrachtgever worden opgezegd tenzij in de overeenkomst de beëindiging anders wordt geregeld. De opdrachtgever kan bij opzegging van een overeenkomst van opdracht wel schadeplichtig zijn.

      Naar aanleiding van de maatregelen van de overheid hebben de KNWU/UCI en Schaatsbond alle activiteiten opgeschort en de commerciële wielploegen/schaatsploegen en sporters dienen deze maatregelen van de KNWU/UCI/Schaatsbond (en de maatregelen van de overheid) op te volgen.

      Een wielerploeg/schaatsploeg is vaak een rechtspersoon zoals een besloten vennootschap (BV). Deze rechtspersoon is speciaal voor de wielerploeg opgericht. In de regel zijn ook de begeleiders en staf werknemers van de wielerploeg/schaatsploeg (BV). De wielerploeg/schaatsploeg wordt gesponsord door een sponsor die een sponsorovereenkomst heeft met de ploeg (BV).

      De impact van de coronacrisis kan voor een wielerploeg/schaatsploeg groot zijn. Omdat er geen wedstrijden gereden kunnen worden kunnen bepaalde bepalingen in de sponsorovereenkomst niet worden nagekomen en dat geeft de sponsor het recht om de sponsor overeenkomst te ontbinden (tenzij daarover in de sponsorovereenkomst iets anders is overeengekomen).

      Door het terugtrekken van sponsoren kan de wielerploeg (BV) in financiële moeilijkheden komen en daardoor de werknemers en opdrachtnemers niet meer kan betalen. Mogelijk dat voor de betaling van de werknemers een regeling aangesproken kan worden (zoals de NOW-regeling). De overeenkomsten met de opdrachtnemers kunnen direct worden opgezegd maar dat kan mogelijk tot een schadevergoeding leiden.

      Zoals eerder gezegd moet ook rekening worden gehouden met sportreglementen waarin onder meer spelregels en licentieregels van sportbonden hun toepassing vinden en die bij een mogelijke herstart van de wieler- en schaatswedstrijden mede een rol kunnen spelen of de ploeg ook na de herstart nog gerechtigd is om te starten. Zo kan het voorkomen dat een wielerploeg door het beëindigen van diverse overeenkomsten niet meer voldoet aan de licentievoorwaarden van de UCI.

      Het is verstandig om in ieder geval zo snel mogelijk met de sponsor(en) en met de sporters in overleg te treden om tot een oplossing te komen die voor alle partijen aanvaardbaar is.


Q&A Juridisch: sponsoren

    • Onze bond/vereniging leunt sterk op sponsoring door één partij. Deze partij is ook in zwaar weer gekomen. Om de liquiditeit te garanderen zal de bond/vereniging echter het geld ook hard nodig hebben. Wat is verstandig om (nu) te doen?

      Antwoord
      Vaak wordt voor de sponsoring een sponsorovereenkomst aangegaan. De bond/vereniging kan vanwege het verbod geen sponsorevenementen organiseren. Er is bij de bond/vereniging sprake van overmacht.

      Als met betrekking tot overmacht in de sponsorovereenkomst niets is geregeld dan kan de sponsor deze overeenkomst ontbinden omdat de bond/vereniging haar verplichtingen niet na kan komen. De sponsor kan ontbinden ondanks het feit dat de niet-nakoming niet aan de bond/vereniging is toe te rekenen (overmacht).

      Advies:
      Kijk in de (sponsor)overeenkomst of er bepalingen zij opgenomen over overmacht. Daarin is bepaald wanneer overmacht intreedt en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn (bijvoorbeeld optie tot ontbinding overeenkomst en wel of geen schadevergoeding). Is er niets over overmacht opgenomen dan heeft de sponsor (naast ontbinding) geen recht op een schadevergoeding.

      Het is verstandig om snel met de sponsor te overleggen om te voorkomen dat de sponsor een beroep op ontbinding zal doen. Misschien kunnen er afspraken worden gemaakt over uitstel van betaling van sponsorgelden naar een later tijdstip in het jaar of dat bijvoorbeeld het sponsorgeld naar rato wordt verminderd met de maanden dat er geen (voldoende) mogelijkheden zijn voor sponsorevenementen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Ons kampioenschap voor 2020 wordt afgelast, kan de sponsor het contract nu opzeggen, zodat ze de bijdrage voor 2020 niet hoeven te betalen? Of kunnen wij die bijdrage naar een kampioenschap voor 2021 verplaatsen?

      Antwoord
      Of de sponsor in een dergelijke situatie (overmacht) kan opzeggen hangt van de inhoud van de sponsorovereenkomst af. Kijk in de (sponsor)overeenkomst of en wat er is opgenomen over overmacht.

      Is over een dergelijke situatie niets geregeld in de overeenkomst dan kan de sponsor de overeenkomst ontbinden omdat de bond/vereniging de sponsorovereenkomst niet na kan komen (sponsorevenementen worden afgelast). Bij ontbinding ontstaan ongedaanmakingsverplichtingen. Dat kan tot gevolg hebben dat de sponsor de sponsorgelden geheel of voor een gedeelte kan terugvorderen.

      Mogelijk dat met de sponsor nieuwe afspraken gemaakt kunnen worden om de bijdrage naar het volgend jaar te verplaatsen. Betreft het kleine aanpassingen of worden de verplichtingen alleen doorgeschoven naar een latere periode (volgend jaar) dan kan dit met een aanvulling (addendum) op de huidige overeenkomst. Gaat het om grotere aanpassingen dan is het waarschijnlijk verstandig om een nieuwe overeenkomst te sluiten.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Door annulering van het WK kan de bond niet voldoen aan de eisen die in het sponsorcontract staan. Hoe moeten we hier mee omgaan? Moeten we iets compenseren? Of juist afwachten hoe de nieuwe planning zal zijn?

      Antwoord:
      Kijk in de (sponsor)overeenkomst of er bepalingen zij opgenomen over overmacht. Daarin is bepaald wanneer overmacht intreedt en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn (bijvoorbeeld optie tot ontbinding overeenkomst en wel of geen schadevergoeding).

      Als in de sponsorovereenkomst niets over overmacht is geregeld dan kan de sponsor deze overeenkomst ontbinden omdat de bond/vereniging haar verplichtingen niet na kan komen. Na ontbinding kan het zo zijn dat de sponsorgelden geheel of voor een deel terugbetaald moeten worden.

      Het is in ieder geval verstandig om op tijd met de sponsor te overleggen om nieuwe afspraken te maken.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Als tegenprestatie aan onze sponsor organiseren wij verschillende activiteiten tijdens ons NK. Als het NK doorgaat, maar de maatregelen langer voortduren, kan het voor ons erg lastig worden om deze tegenprestatie op het gewenste kwalitatieve niveau te organiseren.

      De doelgroepen zullen door de huidige ontwrichting hun focus mogelijk op hun normale werkzaamheden willen houden. Wat betekent dit voor het contract? Hoe moeten wij dit aanpakken?

      Antwoord:
      Veel hangt af van de inhoud van de sponsorovereenkomst. Zijn er in de sponsoroverkomsten afspraken gemaakt over het kwalitatieve niveau en wat wordt daar precies mee bedoeld?

      Zolang de bond haar verplichtingen kan nakomen heeft de sponsor geen juridische reden om de overeenkomst te beëindigen.

      Als de bond (niet voldoende) kan nakomen en in de sponsorovereenkomst is niets over deze (overmacht) situatie geregeld is het mogelijk dat de sponsor de overeenkomst ontbindt. Na ontbinding kan het zo zijn dat de sponsorgelden geheel of voor een deel terugbetaald moeten worden.

      Voor ontbinding moet de tekortkoming wel zo ernstig zijn dat deze de ontbinding rechtvaardigt. Of dat zo is is afhankelijk van de specifieke omstandigheden.

      Advies:
      Het is in ieder geval verstandig om op tijd met de sponsor te overleggen om nieuwe afspraken te maken en de problemen rond het gewenste kwalitatieve niveau te bespreken.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • De bond organiseert een reeks belangrijke topwedstrijden waarbij sponsoren meebetalen. Het is nog niet duidelijk of (al) deze wedstrijden moeten worden afgelast/ uitgesteld. Wat is verstandig om (nu) te doen?

      Antwoord:
      Het is verstandig om nu al met de sponsoren in overleg te treden en afspraken te maken over de verschillende mogelijke scenario’s. Dat geeft aan beide kanten duidelijkheid over de ontstane situatie en dat de sponsoring eventueel doorgeschoven zou moet worden naar een volgend moment/jaar.

      Mogelijk dat het overleg voorkomt dat sponsoren de sponsorovereenkomsten ontbinden.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.


Q&A Juridisch: sportlessen op school

    • De bond (of vereniging) is op een aantal scholen rechtstreeks verantwoordelijk voor de uitvoering van sportlessen. De scholen betalen daarvoor een bedrag aan de bond/vereniging. De bond/vereniging betaalt trainers en materialen. Stel dat er geen alternatief is en de lessen kunnen ten gevolge van de overheidsmaatregelen niet (of niet allemaal) worden gegeven.

      Zijn scholen verplicht om de bond/vereniging het volledige bedrag te laten betalen? Of kunnen zij een deel terugvorderen?

      Heeft de school al betaald?
      Dan kan de bond/vereniging wachten tot de scholen weer opengaan en de sportlessen hervatten of opnieuw inplannen.

      Heeft de school nog niet betaald?
      Dan kan de bond/vereniging de rekening sturen zoals afgesproken. Of, als de rekening al is verstuurd, betaling vorderen. Het is aan de school om dan een beroep te doen op schuldeiserovermacht. De overeenkomst moet dan naar redelijkheid en billijkheid worden aangepast. Komen partijen daar zelf niet uit, dan kunnen ze een vordering indienen bij de rechter.

      Zegt de school de overeenkomst op?
      Dan is de school een redelijke vergoeding verschuldigd aan de bond/vereniging. Bijvoorbeeld naar rato van het aantal reeds gegevens lessen.

      Zegt de school de overeenkomst niet op?
      Dan mag de bond/vereniging mag haar verplichtingen uitstellen, omdat de school haar verplichting (beschikbaar stellen school e.d.) niet nakomt. De school kan zich dan op schuldeisersovermacht beroepen. De overeenkomst moet dan naar redelijkheid en billijkheid worden aangepast. Komen partijen daar zelf niet uit, dan kunnen ze een vordering indienen bij de rechter.

      Toelichting
      Overeenkomst van opdracht
      De school heeft de bond/vereniging de opdracht gegeven om sportlessen te geven aan haar leerlingen. Het gaat dan om een overeenkomst van opdracht. De regels hierover staan in artikel 7:400 BW en verder.

      Kan de school opzeggen?
      Meestal gaat het om een opdracht voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld voor de duur van een schooljaar, of voor een bepaald aantal lessen. Is er in dat geval niets over opzegging afgesproken dan mag de opdrachtgever (de school) de overeenkomst van opdracht altijd opzeggen.

      De opdrachtnemer (vereniging/bond) kan dan in beginsel niet opzeggen.  Afhankelijk van de specifieke omstandigheden kunnen de gevolgen van het corona virus voor opdrachtnemer toch mogelijkheid geven om op te zeggen.

      In de overeenkomst kunnen school en bond/vereniging wel iets anders hebben afgesproken. Bijvoorbeeld een opzegtermijn, of de afspraak dat er niet (tussentijds) kan worden opgezegd.

      Tip: kijk in de overeenkomst wat er is afgesproken over (tussentijdse) opzegging. Zijn er geen afspraken over opzegging gemaakt, dan mag de school (opdrachtgever) de overeenkomst opzeggen. Zijn er afspraken gemaakt over opzegging, dan gelden die afspraken.

      Zegt de school op: vergoeding
      Als de school de overeenkomst opzegt, is zij verplicht om een redelijk deel van de afgesproken vergoeding aan de bond/vereniging te betalen. Wat een redelijke vergoeding is, is afhankelijk van hoeveel werk de bond/vereniging al gedaan heeft en hoeveel waarde dit werk voor de school heeft.

      Als bijvoorbeeld 60% van de sportlessen is gegeven, zou 60% van de vergoeding een redelijke richtlijn zijn. Heeft de bond/vereniging daarnaast ook lesmateriaal gemaakt en ter beschikking gesteld, dan zou een aanvulling voor de kosten van het lesmateriaal redelijk zijn.

      Mag school niet opzeggen: redelijkheid en billijkheid
      Welke mogelijkheden heeft de school, als zij de overeenkomst niet mag opzeggen? Hiervoor kijken we naar de verplichtingen die beide partijen hebben.

      Verplichtingen school:

      • Betalen vergoeding aan de bond/vereniging;
      • Bond/Vereniging in staat stellen hun activiteiten uit te voeren, door ze toegang te verlenen tot de school en de kinderen voor de les te verzamelen.


      Verplichtingen bond/vereniging:

      • Ter beschikking stellen van materialen;
      • Een goede sportles geven.


      De school is op grond van de maatregelen gesloten voor de kinderen. Het is dus niet mogelijk om de leerlingen bijeen te brengen voor de sportles. De school kan hier niets aan doen. Dit noemen we schuldeisersovermacht.

      De wet regelt heeft geen concrete regeling voor de gevolgen van schuldeisersovermacht. Dat betekent dat de gevolgen moeten worden bepaald op basis van de redelijkheid en billijkheid. Wat redelijk en billijk is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Is er al een deel van de overeenkomst uitgevoerd? Hoeveel kosten heeft de bond/vereniging al gemaakt?

      Partijen kunnen zelf in redelijkheid andere afspraken maken. Als zij hier niet uitkomen, kan de rechter alternatieve afspraken vaststellen. De school moet zelf een beroep doen op schuldeisersovermacht. Zolang zij dat niet doet, kan de bond/vereniging haar verplichtingen ook opschorten (uitstellen).

      Advies:
      Ga met juridische rechten en plichten in het achterhoofd in overleg met de school en kom tot een voor beiden acceptabele oplossing zodat later weer goed kan worden samengewerkt.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.


Q&A Juridisch: Buma/Sena-regeling

    • Als bond doen wij mee met de BUMA/Sena regeling. Nu accommodaties dicht zijn, kan er ook geen gebruik worden gemaakt van deze regelingen. Hoe gaat dit in het kader van compensaties?

      Antwoord:

      • Uitgangspunt is dat de sportbonden/sportverenigingen de licentievergoedingen gewoon moeten betalen.
      • De sportbond/vereniging mag misschien later betalen. Stuur hiervoor een mail naar info@mijnlicentie.nl onder vermelding van het factuurnummer.
      • Buma en Sena hebben in hun algemene voorwaarden een regeling voor restitutie (teruggave) van vergoedingen opgenomen. Het is afhankelijk van het contract dat met Buma/Sena is gesloten, of sportbonden/verenigingen daar ook gebruik van kunnen maken.


      Toelichting
      Iedere sportvereniging die muziek draait in haar kantine is verplicht een vergoeding te betalen aan Buma en Sena. Sommige sportbonden hebben namens de bij hen aangesloten sportverenigingen een overeenkomst met Buma en Sena gesloten.

      Restitutie mogelijk?
      Buma en Sena hebben in hun algemene voorwaarden een regeling voor restitutie (teruggave) van vergoedingen opgenomen. Of een sportbond/vereniging daarvan gebruik kan maken, is afhankelijk van het contract dat de sportbond/vereniging met Buma/Sena heeft gesloten.

      Tip: kijk welke afspraken er in het contract met Buma/Sena zijn opgenomen.

      Algemene voorwaarden Buma
      Als de muziekgebruiker (bond/vereniging) Buma informeert, dat zij geen muziek meer kan draaien vanwege de sluiting van de sportkantine door corona, zal Buma de vergoeding terugstorten voor iedere volgende kalendermaand. Dus als de brief in maart binnenkomt bij Buma, krijgt de sportvereniging de bijdrage vanaf april teruggestort.

      Deze regeling geldt, als:

      • In de overeenkomst tussen Buma en de sportbond/sportvereniging geen andere afspraak is gemaakt, èn;
      • de algemene voorwaarden van Buma van toepassing zijn.


      Algemene voorwaarden Sena
      Als de muziekgebruiker (sportbond/vereniging) Sena informeert dat zij geen muziek meer kan draaien vanwege de sluiting van de sportkantine in verband met corona, zal Sena de vergoeding terugstorten vanaf het moment van de kennisgeving tot aan het moment dat de sportbond/vereniging weer muziek gaat draaien. Teruggave is niet bij alle vergoedingen mogelijk.

      Deze regeling geldt, als:

      • In de overeenkomst tussen Sena en de sportbond/sportvereniging geen andere afspraak is gemaakt, èn;
      • de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard.


      Tot slot
      Buma/Sena laten op hun website weten dat zij de gevolgen van de ‘coronamaatregelen’ gaan onderzoeken. Als het mogelijk is, treffen ze aanvullende maatregelen. Hierbij wordt rekening gehouden met zowel de belangen van de leden (componisten/muzikanten) als de muziekgebruikers (sportbonden, sportverenigingen).

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.


Q&A Juridisch: wedstrijden

    • Onderdeel van dat contract is een onkostenvergoeding. Check de vragen en antwoorden over dit onderwerp bij subvragen 18a, 18b en 18c.

    • Dat is afhankelijk van wat in dat contract geregeld is. Is daarover niets geregeld dan is het redelijk dat aan de deelnemer alleen een onkostenvergoeding wordt uitgekeerd voor zover hij aantoonbaar voor deze deelname al onkosten heeft gemaakt.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • De organisatie heeft vanwege het verbod de wedstrijd moeten annuleren en kan dus het contract niet nakomen. Er is aan de kant van de organisatie sprake van overmacht. Als er sprake is van overmacht dan heeft de deelnemer geen recht op schadevergoeding. Mogelijk dat het inschrijfgeld (als daar sprake van is) of een deel daarvan wel terugbetaald moet worden.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • En als het toernooi uitgesteld wordt, maar een speler kan niet in verband met andere verplichtingen, moet de organisatie dan ook betalen (onkostenvergoeding en schadevergoeding)?

      De organisatie heeft vanwege het verbod de wedstrijd moeten uitstellen en kan dus het contract niet nakomen. Verdedigd kan worden dat ook nu aan de kant van de organisatie nog steeds sprake is van overmacht. Indien er sprake is van overmacht dan heeft de deelnemer geen recht op schadevergoeding. Mogelijk dat het inschrijfgeld (als daar sprake van is) of een deel daarvan terugbetaald moet worden.

      Voor wat betreft de onkostenvergoeding:
      Dat is afhankelijk van wat in dat contract geregeld is. Is daarover niets geregeld dan is het redelijk dat aan de deelnemer alleen een onkostenvergoeding wordt uitgekeerd voor zover hij aantoonbaar voor deze deelname al onkosten heeft gemaakt.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Verenigingen lopen inkomsten mis als gevolg van wedstrijden die niet kunnen worden georganiseerd. Kunnen ze daar compensatie voor krijgen?

      Antwoord:
      De vraag is vervolgens van wie de verenigingen compensatie zouden moeten krijgen. De bond? De overheid? De leden? Er zijn tot nu toe geen regelingen bekend die een dergelijk recht toekennen.

      NOC*NSF heeft bekend gemaakt dat er een plan is voor het oprichten van een noodfonds, de invulling daarvan is nog niet bekend.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

       

 

Q&A Juridisch: Verenigingsrecht contributie

    • Antwoord: 
      Ja, leden van verenigingen moeten hun contributie betalen. Zij hebben geen recht op teruggave of compensatie, tenzij de statuten anders bepalen. Kijk ook uit met onverplicht contributie kwijt te schelden, dit kan in strijd met de statuten zijn.

      Toelichting:
      De wet bepaalt dat contributie voor het hele jaar verschuldigd is. De statuten kunnen hiervan afwijken (via een reglement is niet voldoende!). Verenigingen kunnen dan bijvoorbeeld een ‘noodfonds’ in richten voor leden die hun contributieverplichtingen niet na kunnen komen. Zo kan de club wel solidair zijn met mensen die nu hard getroffen worden. Staat er niets in de statuten overleg dan met een jurist een en ander is ook afhankelijk van de financiële positie van de vereniging.

      Tip: kijk in de statuten van de vereniging naar de bepalingen over contributie. Neem bij twijfel contact op met een jurist.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Leden betalen bondscontributie aan verenigingen; verenigingen betalen deze contributie vervolgens aan de bond. Hoe moeten we als bond omgaan met vragen om kortingen of compensaties?

      Antwoord:
      De bond hoeft geen kortingen of compensatie te verlenen aan de verenigingen.

      Toelichting:
      Een sportbond is een vereniging, de sportverenigingen zijn de leden van de sportbond. De wet bepaalt dat contributie voor het hele jaar verschuldigd is. De statuten kunnen hiervan wel afwijken.

      Tip: kijk de statuten van de sportbond na op bepalingen over contributie. Neem bij twijfel contact op met een jurist.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Stel een bond/vereniging organiseert cursussen die al voor de corona maatregelen zijn gestart. Door de maatregelen mogen de resterende cursusdagen niet doorgaan. Moet de organisatie dan geld terugbetalen? Of zijn vouchers, of uitstel van de cursusdagen ook mogelijk. Moet een cursist deze alternatieven accepteren?

      Antwoord
      Ja, een vereniging is verplicht om het geld van de cursus terug te betalen. Dat neemt niet weg dat de vereniging wel vouchers of uitstel van cursusdagen kan aanbieden. De cursist heeft echter de keuze om geld terug te krijgen of het alternatieve aanbod te accepteren.

      Toelichting
      Een cursus is een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 e.v. BW). Een opdrachtgever (de cursist) kan een cursus altijd (tussentijds) opzeggen, ongeacht de reden en ongeacht wat er in de algemene voorwaarden staat. Als de opdrachtgever een consument is dan is dit een dwingendrechtelijke bepaling. Hiervan kan niet worden afgeweken in de overeenkomst of algemene voorwaarden. (Zakelijke partijen kunnen wel iets anders afspreken.)

      Als de overeenkomst van opdracht tussentijds eindigt, heeft de opdrachtnemer recht op een redelijke vergoeding.

      Voorbeeld
      Gaat het om een 12-weekse cursus, waarvan 8 bijeenkomsten wel zijn doorgegaan, dan heeft de cursist recht op teruggave van 4 lessen, 1/3 van de vergoeding. Als er aantoonbaar ook nog andere kosten zijn gemaakt, dan kunnen die ook in rekening worden gebracht. Je kunt hierbij denken aan administratieve kosten of kosten van materiaal dat de cursist heeft ontvangen.

      Hoewel de cursist recht heeft op teruggave van een deel van zijn cursusgeld, staat het een zwemvereniging/bond altijd vrij om een alternatief in de vorm van voucher of uitstel van de nog niet gevolgde lessen aan te bieden. De cursist is echter niet verplicht daarmee akkoord te gaan.


Q&A Juridisch: Verenigingsrecht Algemene Ledenvergadering

    • Wat als bonden en/of verenigingen de statutaire verplichting hebben om uiterlijk 30 juni een Algemene Ledenvergadering (ALV) te organiseren en dit kan vanwege de overheidsmaatregelen niet? Bijvoorbeeld als de maatregelen worden verlengd.

      Check de vragen en antwoorden over dit onderwerp bij subvragen 22a en 22b.

    • Antwoord:
      De wet geeft geen ruimte om af te wijken van deze termijn. In de statuten kunnen hierover ook regels staan.

      Toelichting:

      Volgens de wet moet er ten minste een keer per jaar een ALV gehouden worden. De statuten kunnen nadere regels geven. Het uitstellen van de vergadering heeft geen wettelijke gevolgen. Maar let op: leden kunnen het bestuur wel aansprakelijk kunnen houden voor het niet nakomen van de statutaire verplichtingen.

      Als de vergadering later dan 30 juni plaatsvindt, moet het bestuur een besluit tot uitstel van de vergadering nemen. In de statuten zijn vaak regels opgenomen voor het nemen van bestuursbesluiten.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Bijvoorbeeld door de deelnemers bijvoorbeeld via beeld te laten communiceren. Is dit anders als er wel of geen quorum nodig is voor de vergadering zelf en/of voor beslissingen?

      Antwoord:

      1. De algemene vergadering kan (deels) met behulp van een elektronisch communicatiemiddel worden gehouden.
      1. Als er dringend een besluit moet worden genomen over een specifiek onderwerp, dan kan de ledenvergadering een ‘besluit buiten vergadering’ nemen.


      Toelichting:

      Deelnemen via een elektronisch communicatiemiddel
      Er moet altijd een fysieke vergadering plaatsvinden. Hier moeten ten minste de bestuurders en (indien van toepassing) de toezichthouders aanwezig zijn. De overige deelnemers aan de ALV kunnen deelnemen via een elektronisch communicatiemiddel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden (2:38 BW):

      • de deelnemer moet kunnen worden geïdentificeerd;
      • hij moet in staat worden gesteld om de vergadering live te volgen; en
      • hij moet zijn stem kunnen uitbrengen.


      LET OP
      : In de statuten kunnen aanvullende voorwaarden zijn opgenomen. Bijvoorbeeld:

      • Het mogen deelnemen via een elektronisch communicatiemiddel aan de vergadering uitsluiten.
      • Extra eisen stellen aan het deelnemen aan een vergadering via een elektronisch communicatiemiddel (bijvoorbeeld dat het lid niet alleen een stem moet kunnen uitbrengen, maar ook moet kunnen deelnemen aan de vergadering).
      • De optie bieden dat een stemgerechtigde zijn stem (tot max. 30 dagen) vóór de vergadering al digitaal uitbrengt.


      Quorums:
      Een quorum geldt ook in een elektronische vergadering. Een digitale stemmer zal meetellen voor het quorum, zijn aanwezigheid wordt bepaald bij aanvang van de ALV. Meestal geldt voor een quorum een minimum aantal deelnemers én een minimum aantal stemmen.

      Besluit buiten vergadering:

      Als er dringend een besluit moet worden genomen over een specifiek onderwerp, dan kan dit door ‘besluitvorming buiten vergadering’. Hiervoor moeten alle stemgerechtigden het eens zijn (2:40 BW).

      Dit betekent:

      • Alle stemgerechtigden: dus ook niet-leden met stemrecht of afgevaardigden die door en uit de leden worden gekozen,
      • moeten het eens zijn: blanco stemmen mogen dus niet, en
      • het bestuur moet op de hoogte zijn van het feit dat alle stemgerechtigden een besluit gaan nemen.


      LET OP
      : de statuten kunnen extra eisen stellen voor besluitvorming buiten vergadering.

      Tip: Moet er binnen jullie vereniging dringend een besluit worden genomen over een specifiek onderwerp en kan dat niet in een ledenvergadering? Neem dan even contact op met een jurist. Die kan voor je uitzoeken welke specifieke regels voor jouw vereniging gelden.

      Quorums:
      Zoals al uit de opsomming hierboven blijkt moet een besluit wat buiten vergadering genomen wordt ´eenstemmig´ genomen worden. Iedereen moet het dus met elkaar eens zijn en er mogen geen blanco stemmen uitgebracht zijn.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Een paar van de bij onze bond aangesloten verenigingen zijn gevestigd in het buitenland (bv België en Duitsland). Stel dat zij door maatregelen in die landen niet in de gelegenheid zijn om de ALV bij te wonen, maar de Nederlandse verenigingen wel. Het gaat daarbij om de situatie dat de ALV geen uitstel kan velen. Stemmen bij machtiging staan de statuten niet toe.

      Hoe kunnen we dan toch ook de buitenlandse verenigingen in de gelegenheid stellen om hun stem te laten horen en hen hun andere rechten te laten uitoefenen?

      Antwoord:
      De buitenlandse verenigingen kunnen via elektronische communicatie deelnemen aan de vergadering.

      Toelichting:
      De buitenlandse stemgerechtigden kunnen deelnemen aan de ALV via een elektronisch communicatiemiddel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

      • de deelnemer moet kunnen worden geïdentificeerd;
      • hij moet in staat worden gesteld om de vergadering live te volgen; en
      • hij moet zijn stem kunnen uitbrengen.


      LET OP:
      In de statuten kunnen aanvullende voorwaarden zijn opgenomen.

      Zo kunnen de Nederlandse verenigingen aanwezig zijn bij de vergadering en kunnen de buitenlandse verenigingen elektronisch de vergadering elektronisch volgen en hun stem uitbrengen.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Juist in deze periode, terwijl de coronacrisis ons beperkt in fysieke ontmoetingen, hebben de meeste sportverenigingen en sportbonden een Algemene Vergadering (hierna: “AV”) gepland. Deze kan nu niet op normale wijze doorgaan en het is de vraag hoe je hier het beste mee om kan gaan. Het is inmiddels wel duidelijk dat er al veel mogelijk is, maar ook dat er nog maar heel weinig praktische ervaring is.

      Check hier de informatie die we hierover beschikbaar hebben.

 

Q&A Juridisch: Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

De NOW in het kort

Doel: Het doel van de NOW is om en ontslagen te voorkomen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden. Werkgevers kunnen op basis van de NOW een subsidie krijgen voor hun loonkosten.

Aanvraag: De aanvraag wordt ingediend bij het UWV. De aanvraag kan tot 31 mei 2020 worden ingediend.

Voorwaarden: Om gebruik te kunnen maken van de subsidie, moet de werkgever voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Verwachte omzet daling van tenminste 20%
  • Geen ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden;
  • Medewerkers krijgen hun normale loon. De loonsom moet zoveel mogelijk gelijk blijven. Dat betekent dat ook flexwerkers zoveel mogelijk in dienst blijven.

Omzetdaling: Er moet sprake zijn van een omzetdaling van ten minste 20% gerekend over een periode van 3 maanden. Als omzet wordt beschouwd de opbrengsten (baten) uit levering van goederen of diensten, maar ook subsidies en andere financieringen vanuit publieke middelen.

Hoogte van de subsidie: De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de terugval in omzet vanaf 1 maart 2020. De subsidie is, maximaal 90% van de loonsom.

Bijvoorbeeld:

  • als 100% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45% van de loonsom;
  • als 25% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Voorschot: Op basis van de aanvraag zal in eerste instantie 80% van de te verwachten subsidie worden betaald.

    • Antwoord:
      Ja, als aan de voorwaarden is voldaan.

      Toelichting:
      De NOW beschouwt iedere natuurlijke persoon of iedere rechtspersoon die een dienstbetrekking is aangegaan met een werknemer als werkgever. De werkgever vraagt de subsidie aan.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

    • Stel een sportvereniging (A) is onderdeel van verenigingen (B) met meerdere sportafdelingen. Deze verenigingen betalen de sociale premies van hun medewerkers vaak onder één sociaal-fiscaal nummer. Om in aanmerking te komen van de noodmaatregel voor werktijdkorting wordt er gekeken naar inkomsten derving.

      De vereniging (afdeling) waarvan het competitieseizoen nog moet starten zal minder inkomsten hebben door verkorting of afgelasting van de competitie. Andere afdelingen hebben hun competities al grotendeels afgerond en hebben wel bijbehorende inkomsten genoten.

      a. Gaat het dan om derving van de hele vereniging (B)? Ook wanneer alle sportafdelingen financieel onafhankelijk zijn van elkaar?

      b. Klopt het dat een vereniging met meerdere sportafdelingen die sociale premies afdraagt onder één fiscaal nummer wellicht minder of niet in aanmerking komen voor de noodmaatregel? Wat kunnen deze verenigingen doen?

      Antwoord:

      • Er wordt gekeken naar de derving van de omzet van de hele vereniging (B).
      • Specifieke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat gekeken wordt naar de omzet van iedere individuele vereniging (A). De Uitvoering van de regeling is dan wel een probleem.


      Toelichting:

      De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de omzetdaling van de organisatie. Als de organisatie onderdeel is van een groep, wordt gekeken naar de groep.

      Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen (een vereniging is een rechtspersoon) die met elkaar verbonden zijn in een groep. Er moet sprake zijn van:

      • een economische eenheid;
      • een organisatorisch verband;
      • gemeenschappelijke/centrale leiding;


      Het feit dat er één fiscaal nummer is, doet vermoeden dat de verenigingen (A) en de vereniging (B) een groep vormen. Een belangrijke vraag is of de verenigingen (A) bestuurd worden door vereniging (B). Neemt vereniging B de meeste besluiten voor de individuele verenigingen (A), dan is sprake van een groep. Neemt elke vereniging A zijn eigen besluiten (onafhankelijk van vereniging B) en is vereniging B vooral bedoeld om de verenigingen A te ondersteunen, dan is mogelijk geen sprake van een groep.

      Als geen sprake is van een groep dan is de uitvoering van de NOW wel moeilijk. De aanvraag voor subsidie wordt ingediend op basis van het loonheffingennummer. Er kan per loonheffingnummer maar één aanvraag worden ingediend.

      Tip: Als er wordt gewerkt met een gezamenlijk loonheffingnummer neem dan contact op met een jurist. Deze kan vaststellen of sprake is van een groep.

      Tip: De adviseurs van de WOS kunnen je ook adviseren en bijstaan bij de subsidieaanvraag.

      Tip: Houd via onderstaande link ook de informatie van de rijksoverheid in de gaten.

      Website: Rijksoverheid

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.


Q&A Juridisch: verzekeringen

    • Antwoord:

      • Neem contact op met de verzekeringsadviseur;
      • Of de sportbond/vereniging recht heeft op een vergoeding van geleden schade staat in de voorwaarden van de verzekering.


      Toelichting:
      Het is afhankelijk van de afgesloten verzekeringen, of de sportbond/vereniging recht heeft op een vergoeding van schade. Voor een evenement kan bijvoorbeeld een evenementenverzekering zijn afgesloten. In de voorwaarden van de verzekering staat wanneer een sportbond/vereniging recht heeft op de vergoeding van schade.

      Advies: Neem eerst contact op met uw verzekeringsadviseur. Ook over de verzekering van toekomstige evenementen kan een verzekeringsadviseur informatie geven.

      Aan deze informatieve Q&A kunt u geen rechten ontlenen.

Andere vragen of meer hulp

Heb je vragen die er (nog) niet bijstaan of meer hulp nodig? Neem dan contact op met een jurist die verbonden is aan de eigen bond/vereniging of een jurist van DAS voor de Sport. (sportdesk@das.nl of 020 651 7666).

Voor werkgevers gerelateerde vragen of de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) kun je naast DAS ook terecht bij de Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) via 026 - 483 44 50 en info@sportwerkgever.nl.

Een overzicht van veelgestelde werkgevers gerelateerde vragen en meer informatie over de NOW en andere regelingen met antwoorden vind je op www.sportwerkgever.nl. De adviseurs van de WOS kunnen je ook adviseren en bijstaan bij de subsidieaanvraag.

Andere veelgestelde vragen

Bij NOC*NSF komen veel vragen binnen, daarom hebben we  een lijst met veelgestelde vragen opgesteld opgedeeld in vier categorieën, naast deze separate juridische q&A: algemene vragen, vragen van sportclubs, van sporters en van sportbonden. 

-> ga hier naar onze veelgestelde vragen