Landen die ooit de Spelen binnen hun grenzen hebben gehad, kunnen recht doen gelden op twee IOC-leden. Van 1925 tot 1957 beschikte Nederland ook over dat aantal. Toen Scharroo in dat jaar afhaakte, hield Nederland er maar één over.
Wellicht voelde het IOC er niet voor om Nederland nog een tweede IOC-lid te geven. De boycot van Nederland van de Spelen van Melbourne in 1956 was in die kringen slecht gevallen. Het is ook mogelijk dat Nederland niet meer heeft aangedrongen op een tweede IOC-lid. Pas diep in de jaren negentig stelde een Nederlandse journalist aan IOC-voorzitter Samaranch de vraag wat er moest worden gedaan om dat tweede IOC-lid weer te verwerven. Samaranch' antwoord was duidelijk: 'Door het mij te vragen'.
De kwestie kwam daarna in een stroomversnelling. Talloze Nederlanders in de sport werkzaam lieten het IOC-hoofdkwartier openlijk weten wel interesse in de functie te hebben. Een nogal merkwaardige situatie. Dat soort benoemingen gaat bij het IOC nu eenmaal met stille diplomatie gepaard. Evenals met Geesink kwam er een grote verrassing uit de bus. Samaranch verkoos Willem Alexander, prins van Oranje, beschermheer van NOC*NSF, wiens enthousiasme tijdens de Spelen van Atlanta aller aandacht had getrokken.